donderdag 6 maart 2025


Nooit meer slapen - ga je daar dood aan?
Twee Amsterdamse meisjes die elkaar nog nooit hebben ontmoet, zitten elke nacht gevangen in hetzelfde mistige huis. Deuren verdwijnen. Stemmen fluisteren vanuit de muren. Wakker worden lijkt steeds moeilijker.
Als de dromen in hevigheid toenemen en ze ook nog begint te slaapwandelen, nemen voor de zestienjarige Ava ook de persoonlijke problemen toe. School glipt uit haar vingers en energydrinks zijn het enige wat haar nog overeind houdt. Alles lijkt ineens heftiger binnen te komen. En waarom ziet ze steeds vaker een vreemde gloed rond sommige mensen?

Haar ouders denken dat ze aan de drugs is. Maar Ava weet beter. Die ander heeft hulpnodig, maar iemand - of iets - wil dat ze blijft slapen. Waar komen die dromen vandaan? Wat betekenen ze? Waarom moet in dat huis de ene deur open blijven en de andere gesloten? Wie is dat andere meisje, en waarom zijn ze daar samen? Durft ze nog wel te slapen? Hoe lang kun je wakker blijven voordat de dromen je vinden? Laat je meeslepen naar een schaduwwereld waar dromen, werkelijkheid en verborgen gaven in elkaar overvloeien.

Met de paranormale jeugdthriller Dromen voorbij de dood debuteert Allard Muller als auteur. Geïnspireerd door de mysterieuze wereld van dromen en nachtmerries, schrijft hij verhalen die je lang na het dichtslaan van het boek nog bijblijven.

Mijn boek is via Kobo of Kindle HIER als E-pub te lezen.
Wil je het als een echt boek lezen, dan kun je HIER de paperback of hardcover bestellen.

https://stories.zwartekat.com/

Playlist Spotify: https://open.spotify.com/playlist/7eXxhiKlkBZZKBN1FqJMNK



dinsdag 24 augustus 2021

Briesend en boos fietst ze opeens naast me. Ik versta niet wat ze zegt, want uit m’n koptelefoon komt een heerlijk deuntje gitaargeweld, maar het is vast niet heel aardig want haar mimiek spreekt boekdelen. Geen idee wie ze is, maar ze is kennelijk heel kwaad op me. Kort haar, bril, iets jonger dan ik, type bibliotheekjuf. 

 

Snel ga ik in mijn hoofd na waar ik haar van zou moeten kennen en wat ik haar zou hebben aangedaan, maar er komt geen aha-moment. Ik heb ook niemand afgesneden tijden het fietsen. Sterker nog ik heb helemaal niemand gezien. Ik zag alleen de verzorgpaardjes van mijn dochter bij het hek staan en toen ik daar langsfietste klakte ik met mijn tong en riep ik ze even. Glimlachend en vrolijk, omdat ze dan altijd heel blij terug hinniken, fietste ik vervolgens verder. En dan ineens dit!

 

Me van geen kwaad bewust stop ik, doe ik mijn hoofdtelefoon af en vraag wat er aan de hand is. Ze kruist haar armen over elkaar en vraagt me of ik dat normaal gedrag vind? Ik geef aan dat ik geen idee heb wat ze bedoelt. Dat ergert haar nog veel meer want ze zucht heel hard. “Nou, vrouwen zo naroepen!” “Ik ben geen Snoepje!” Haar ogen spugen vuur en lijken door haar bril nog groter. Terwijl ik dit schrijf kan ik hier nu enorm om lachen, maar op dat moment was de irritatie ook op mijn gezicht te zien. Allereerst om het feit dat ik überhaupt niemand ooit zo zou naroepen en misschien ook omdat deze dame nou niet bepaald een lekker snoepje was! Maar ik snapte ook ineens waar dit misverstand vandaan kwam.


Ik vraag haar om even achterom te kijken naar de verzorgpaardjes van mijn dochter en dat doet ze argwanend. “Die dikke bruine heet Spot en die kleine met vlekken heet SNOOPY!” maak ik haar duidelijk. In een nanoseconde draait ze om als een blad aan een boom. Met hoogrode wangen stamelt ze wat excuses en ze doet alsof ze het allemaal één grote grap vindt. Ze geeft me zelfs kameraadschappelijk een mep op m’n schouder. Ik stap weer op mijn fiets en wens haar een fijne dag terwijl ik haar daar laat staan. Als ik op mijn werk aankom ben ik nog steeds geërgerd. Als ik vertel wat me is overkomen vindt iedereen het heel grappig. Ach, dat is het ook eigenlijk wel… vanmiddag maar eens even naar de bieb, misschien werkt ze daar wel echt!  “ Hey pssssst! … “

 

donderdag 17 juni 2021

Nog een dikke knuffel en daar gaat ze hoor, klaar voor het schoolreisje naar Hellendoorn. Korte broek aan, hip shirt, telefoon en pinpas mee. En ook een klein tasje met niets anders dan een bidon met drinken. Hrmm, daar hoort volgens mij ook nog een grote zak snoep in te zitten die ze eergisteren zelf heeft geschept  bij het Kruidvat. Zo'n zelfde zakje lag gisteren heel toevallig leeg in de prullenbak. Dat is bijzonder toch?

 "Je bent je snoep vergeten!" roep ik zogenaamd verschrikt.

 "Awwww, geeft niet…" zegt ze. "Het was toch niet zo veel".  Ze probeert door te fietsen.

"Zeg maar waar het ligt, dan pak ik het even voor je..."  Ze kijkt verschrikt om en ziet meteen aan mijn halve glimlach en priemende blik dat ik het al lang doorheb. Ik kan m'n lachen niet inhouden en geef haar nog een knuffel.

Dat wordt snoep bietsen Aaf. 


zaterdag 28 november 2020

Als we op een rustige zaterdagmorgen naar de manege rijden luisteren we naar een lekker muziekje en natuurlijk kletst Ava alweer honderduit over -geen verrassing- de paarden.  Dan merkt ze ineens op dat ik wel heel rustig rijd als het verkeerslicht op oranje gaat. "Tja, als je nog kunt stoppen dan moet je dat doen, dat is de bedoeling van dit lichtje toch?" geef ik aan.

Ze begint te lachen.. “Weet mama dat dan ook?”  Ik weet al welke kant dit opgaat, dus ik begin ook te grijnzen.

“Bij mama is groen rijden, rood is stoppen en oranje is heeeeel hard rijden. Daarom krijgt ze ook zo vaak een bekeuring!"

 




dinsdag 17 maart 2020

Als je Ava niet opdraagt dat ze wat drinkt, dan gebeurt het gewoon niet. Het is geen onwil, maar deze bezige bij is vaak veel te druk met andere dingen. Het gebruikelijke koekje uit school wordt echter nooit vergeten en een uur na het avondeten heeft ze standaard weer ‘honger’. Maar zelden hoor ik haar opmerken dat ze dorstig is. Zorgen dat Ava drinkt is gewoon iets wat we extra in de gaten moeten houden. En met nadruk op extra, want een glaasje inschenken lukt wel, maar het daadwerkelijk leegdrinken wordt meestal vergeten. Als je haar dan weer eens semi-boos moet opdragen om NU te drinken, roept ze heel verbolgen dat ze al drie glazen drinken heeft gehad. Als je haar dan wijst op drie halfvolle bekers her en der door het huis, dan moppert ze wat en drinkt ze gauw een glas leeg om vervolgens weer verder te kunnen gaan met wat ze aan het doen was. Stiekem moet ik er altijd wel om lachen. Vanmorgen alleen niet zo.

Al bijna twee uur staat er een groot glas melk onaangeroerd op de tafel. Al een paar keer vroeg ik of ze al gedronken had. Van achter een telefoon hoorde ik dan iets in de zin van “Ja zo!”. Als ze vervolgens op haar kamer wil gaan spelen houd ik voet bij stuk. “Eerst drinken, dan spelen!” Mopperend pakt ze het glas op en ik zie het haar zo in de gootsteen leeg gieten. Melk waar ik drie winkels voor heb moeten afkleppen en waarvan er nog maar 1 in de koeling stond! Ik trek meteen wit weg, één ooglid begint te trillen en in gedachten zie ik beelden van een Nederlandse supermarkt waar Corona-hamsteraars vechtend over de grond rollen om het laatste pak melk, afgewisseld met het leeggieten van een groot glas melk in onze gootsteen. Vroeger zeiden m'n ouders dat je geen eten en drinken zomaar moest weggooien, omdat de kindjes in Afrika niets hadden. En wij nu hier dan? Geen pak melk meer in de supermarkt te vinden! 

Ze ziet aan mijn gezicht dat ze nu iets deed wat niet zo heel handig was. Als ik opsta en vraag wat haar in hemelsnaam bezielt, schiet ze meteen in de verdediging. “jamaar Moonie had er uit gedronken pap!!” Tja, dat zou ik ook doen als ik een kat was en daar al twee uur lang een glas melk stond waar niemand zich druk om maakt. 

Ava mag straks lekker op haar fietsje kijken of er nog ergens een pak melk te krijgen is. Leert ze van en dan heeft ze meteen wat te doen. Bidon water mee voor onderweg. 😉



zaterdag 2 november 2019


Vriendjes en vriendinnetjes mogen altijd bij ons blijven eten. Er is echter één regel. Je eet wat wij eten! Ik ga geen tosti maken omdat je iets niet lust, dan heb je gewoon pech. Met die instelling hebben wij onze kinderen ook opgevoed, met als resultaat dat we nu in elk deel van de wereld zonder gezeur in een restaurant kunnen gaan zitten. Deze regel leverde in het verleden nog wel eens grappige tafelmomenten op, maar inmiddels is het kaf van het koren gescheiden en weet de vaste vriendenkring wel wat ze kunnen verwachten. In elk geval weinig Hollandse kost. 

Vandaag speelt Lenthe met Ava. Nadat ik de dames wat hoor smoezen, komen ze samen de keuken in gewandeld, waar ik driftig op wat groente sta te hakken. “Pap, mag Lenthe blijven eten?” Lenthe, van het type ‘wat de boer niet kent’, is nogal kieskeurig en lust niet alles, maar is al over menige grens gegaan terwijl ze bij ons aan tafel zat. Soms met veel smaak een maaltijd etend, maar ook wel eens met lange tanden. Maar ze probeert het altijd en daar heb ik respect voor.

Lenthe mag natuurlijk ook vandaag blijven eten, maar strekt wel haar nek even uit om te zien wat de pot schaft. Ze herkent veel dingen niet, maar wel de sperzieboontjes, knoflook en uitjes. Een gekookt eitje gaat er ook nog wel in. Als ik haar vertel dat we Soto Ajam soep eten zie ik grote vraagtekens in haar ogen. Ava stelt haar gerust door te vertellen dat deze soep heel lekker is, maar wel een beetje pittig. En dat kun je prima oplossen met een slokje water bij het eten.

Aan tafel heeft Lenthe na een paar happen soep al hoogrode wangen en een opvallend glimmend voorhoofd. Ze neemt kleine hapjes en na iedere hap een slok water. Aan alles is te merken dat ze het veel te pittig vindt, maar ze houdt zich groot en blijft toch door eten. Op karakter zeggen we bij defensie. Als ik vraag of ze niet liever een cup-a-soupje tomaat wil zie ik opluchting in haar ogen. In Ava’s ogen zie ik wat verbazing.

Ach, Sommige regels kun je een beetje buigen zonder ze te breken toch?

zondag 22 september 2019

Onderweg naar een hockeywedstrijd in Zwolle luister ik een beetje naar de muziek en krijg ik flarden mee van het gesprek tussen Sem en maatje Tijn. Over de wedstrijd die ze met te weinig mensen moeten gaan spelen en over het feestje waar ze de avond daarvoor samen waren. Ze praten enthousiast en ik word soms in het gesprek betrokken. Dan zegt Sem wat dingen die ik niet helemaal begrijp. Als ik mijn wenkbrauw optrek in de spiegel, moet hij lachen. “Dat is straattaal pap!”

Straattaal… Ik krijg flashbacks van the Fresh Prince of Bell Air. Dat is al weer even geleden. En Waynes World. Ook alweer uit 1992. Daar kwam onze straattaal vandaan. Uit films. Geboren en getogen op de straten van Southside Apeldoorn pikte je wel eens wat Turkse woordjes mee, of wat Bargoens van de woonwagen- of kermisjongens, maar daar bleef het ook bij. Het Algemeen Cool Nederlands van tegenwoordig beheers ik niet echt en dat maakt dat ik me een klein beetje oud voel.

Sem heeft dat uiteraard door een plaagt me door met nog meer van dat soort Suri-Antiliaanse woorden te smijten en de meeste lidwoorden te vervangen door 'deze'.. Hij lacht en houdt zijn vingers in vreemd krampachtige posities terwijl hij met een accentje die woorden blijft uitspreken. Maatje Tijn grinnikt mee.

De situatie irriteert me nu. Ik snap ook dat het een fase is, het horen bij iets, een bepaald groepsproces, maar toch. Keurige blonde hockeyboy die ineens gaat praten als een bontkraagje om zijn vader voor paal te zetten, dat gaan we niet doen!  Na weer een opmerking sla ik snoeihard terug.

Ik fake zijn straataccentje en vraag wat hij nou stoer doet met z’n straattaal. Sem lacht en sputtert nog wat tegen met een zelfde accentje, maar ik dender door.“Straat? Gast, je komt uit Apeldoorn… Niet uit de Bijlmer!” “Kijk jou zitten met je hockeykleren en je blonde haren!” Neppe Gangster!” “Straattaal tsssss… op welke straat heb jij deze geleerd dan? Het schoolplein van het Lyceum?” “De enige straat die jij ooit ziet is die op je telefoonscherm als je in de hoek van de bank hangt”. "Beetje straattaal van Youtube afkijken... tssss".

Tijn heeft lol.
Sem haat me nu.





zondag 7 april 2019


Als het bijna 22:00 uur is vind ik het wel genoeg geweest. Ik was een uur geleden eigenlijk al klaar met dat gehang van die lange puber in de hoek van de bank, maar goed, hij is al 14 hè. In de ene hand een afstandsbediening, in de andere een mobiele telefoon. Gezellige gesprekken worden er niet gevoerd. Alles in zijn wereld speelt zich op dit moment af op twee schermen. Hoort er bij zeggen ze.


Als ik hem mededeel dat hij zo z’n tanden mag gaan poetsen, begint hij meteen te protesteren, compleet met diepe zuchten en rollende ogen. Ik geef hem mijn strenge blik en trek een wenkbrauw op.  Hij kijkt nu smekend en waagt nog één poging. “Jamaar pap, de klok is een uur vooruit gegaan!” “Dus eigenlijk is het pas 21:00 uur!” Hij doet z’n armen over elkaar en geeft me een ondeugende grijns.

Ik schenk hem exact de zelfde grijns. “Ohw, in dat geval gaat de wekker morgen dus ook een uur eerder!”.  Zijn gezicht betrekt een beetje. “Dan heb je die slaap keihard nodig, dus dan zou ik maar gauw gaan slapen!” “Welterusten Sem!”

#Payback  #Nietvoorééngattevangen.  #Puberlife



dinsdag 12 maart 2019


Ze zijn al hartsvriendinnen vanaf de allereerste dag in groep 1. “Pap! Dit is Anna!” Ik hoor het haar zo weer zeggen. Twee piepkleine hummels, hand in hand. Duo Penotti, zeggen we altijd voor de grap. Ava met haar donkere haar en ditto oogjes, Anna hoogblond met blauwe kijkers.  Elke dag zien ze elkaar op school, maar het liefst zien ze elkaar na school ook nog elke dag en ze vervelen zich nooit. Ook vandaag is Anna er weer. Ze zijn de hele middag buiten geweest, maar komen dan ineens naar binnen om een tekening te maken. Met rooie wangetjes zitten ze, met hun jas nog aan, driftig te kleuren en zachtjes te smoezen. Als ik een wenkbrauw optrek beginnen ze te lachen. “Niet zeggen hoor An!”  Als ik langsloop zie ik twee mooie tekeningen. Bovenaan beide kunstwerken staat het woord SORRY gekrast. Ik begin ook te grijnzen. “Wie hebben jullie dan boos gemaakt?” wil ik met een lach weten. Ava kijkt ondeugend, Anna een beetje schuldbewust.

“Ok pap, niet boos worden, maar we hebben belletje geleld!”  
Aan mijn gezicht ziet ze al dat ze daar mee wegkomen en samen moeten we even lachen.  Ik vertel dat ik dit vroeger ook wel heel grappig vond en dát vinden ze mooi hoor! “Maar voor wie is die tekening dan?” vraag ik nu wel heel nieuwsgierig. Beide gezichtjes betrekken een beetje.

“Nou we zagen een heeeel oud opaatje de deur open doen en dat vonden we zielig!” Ik kan zien dat ze er oprecht spijt van hebben. “Anna vond het vooral zielig omdat hij zo langzaam naar de deur liep.” Ava knikt instemmend. Ik vertel de meiden dat ik dat heel lief van ze vind en dat deze meneer misschien best nog wel kan lachen om dat grapje als hij die mooie tekeningen ziet. Dat lucht iets op. Al gauw zie ik Duo Penotti weer weghuppelen met hun tekeningen.

Niet veel later doe ik de deur open omdat er wordt aangebeld. Natuurlijk staat daar niemand…

donderdag 27 juli 2017

“En jullie gedragen je niet als Nederlandse Kinderen he?!”
Een opmerking die ik in het verleden vaak heb gemaakt voordat we in Frankrijk een restaurant of een supermarkt binnenliepen. Nu is dat niet meer nodig. Nu kijken onze kinderen ons aan met rollende ogen als er weer eens een kind loopt te krijsen tijdens het shoppen, of continue rondjes om je tafel rent als je ergens lekker zit te eten. Onopgevoede Nederlandse rotkinderen, standaard gewend om als prinsjes of prinsesjes behandeld te worden. Strontvervelend omdat ze hier niet vermaakt worden met een kleurplaat of een Ipad in het restaurant. Ontzettend irritant! Maar we hebben stiekem ook wel een hoop lol om wat wij inmiddels de Franse supermarkt safari zijn gaan noemen. Zachtjes pratend, zodat ze je afkomst niet horen, en dan gewoon observeren en genieten! ;)

“Drie keer raden uit welk land die komen…” vraagt Sem zachtjes als er een hoogblond kind met een shirtje van een voetbalclub loopt te krijsen om een zak snoep.  Zijn moeder vraagt al zeker drie keer heel lief of hij alsjeblieft op wil houden. Sem gniffelt me veelbetekenend toe alsof hij wil zeggen "zei het toch?!". In gangpad drie hoor ik het rotkind nog steeds krijsen. Twee andere kinderen rennen me voorbij, hun tweede rondje al. Ze lachen en hijgen. “Nouhou! Niet doen!” krijst de één terwijl de ander hem bij zijn shirt vasthoudt omdat hij net iets sneller loopt. In gedachten glimlach ik in mijzelf omdat ik al had voorspeld welke taal deze kinderen zouden spreken. Ik moet sterk een impuls onderdrukken om ze niet te laten struikelen. 

Ergens hoor ik een kerel met een 'vlugge Japie accent' heel luid vragen of ze nog 'moeslie' nodig hebben. Het antwoord is nog luider. Ik ga een gangpad verder, mij afvragend wat moeslie is, en zoek samen met Ava een lekker Frans kaasje uit. Het rotkind hoor ik nog steeds krijsen, het geluid lijkt dichterbij te komen. Naast mij vraagt een moeder afwezig of Rutger het winkelwagentje wil laten staan. Rutger, een jaar of 7, toevallig ook weer met een voetbalshirtje en een dom dik boerenhoofd, doet of hij niets hoort en duwt het karretje nog iets verder. Zijn kleine broertje, die in het zitje zit, begint te zeuren. Moeders zit gehurkt voor de ontbijtkorrels en zucht eens diep. “Ik zei niet doen Rutger!” Het toontje is bijna smekend en weinig autoritair. Een vader met een bril en bruine sandalen staat gedwee te wachten tot zijn vrouw een keuze heeft gemaakt en zegt niks. Rutger is niet onder de indruk en waagt nog een poging door het karretje een laatste zwieper te geven. Zijn broertje zet het op een brullen. In gedachten schud ik Rutgertje eens even heerlijk door elkaar. Ava moet lachen om mijn blik die boekdelen spreekt. Ik kijk ondeugend en fluister Ava in haar oor dat Rutger een oor zo groot als een pannenkoek zou hebben als dat mijn kind was! Ze proest het keihard uit en ik kan niet anders dan meelachen. Vaders staart ons appelig aan. “Bonjour!” zegt Ava vrolijk. Ik kijk  nog even een keer heel vals naar Rutger.

Als we bij de kassa staan zie ik het krijskind van daarstraks. Knalrode ogen, bezweet, overal snot en tranen, maar nu met blije bakkes én een nieuw waterpistool in zijn knuistjes. Naast me in de kassarij hoor ik "Euh, ken aai pin heer?" Als ik mijn hoofd omdraai zie ik een forse blonde dame met een kar vol vakantievoer. De kassajuf lijkt geen chocola te kunnen maken van haar steenkolen-Engels, dus wappert ze met een Rabopasje en roept heel hard "PINNUH!"

Ik moet een ontzettende lachbui onderdrukken en ik kijk nu al weer uit naar de safari van morgen!

à la prochaine!


donderdag 30 maart 2017

Ik zie hem nog zitten. 4 jaar, blonde krullen, een dikke traanrand in zijn oogjes. Ik heb hem zojuist verteld waar zijn stukje vlees van gemaakt is. Hij vroeg er zelf om hoor! En ik ga dan ook niet liegen of er een mooi Disney verhaal van maken. Een stukje vlees komt van de koe! “Maken ze die koe dan dood?” wilde hij weten. Ik knikte en daar werd hij even heel verdrietig om. “Dan wil ik nooit meer vlees!” riep hij boos. Nu hebben heel veel kinderen zo’n momentje, maar Sem hield die belofte. En dat vond ik mooi! Dat hij zo jong al zo stellig een keuze maakt en daar helemaal achter staat. Daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Vanaf die dag heeft hij geen vlees meer aangeraakt en werd er ineens ook heel anders gekookt, want een vegetariër heeft andere behoeften. En als je dan zo wat leest en je wat meer gaat verdiepen, dan kom je er achter dat het eigenlijk helemaal niet zo slecht is om geen vlees te eten. Integendeel zelfs. Wij zijn allemaal mee gaan doen met Sem en dat ging ons beter af dan ik verwacht had. Heel af en toe een stukje vlees vind ik nog steeds wel lekker hoor, maar die zijn per jaar op één hand te tellen. 

We zijn inmiddels 8 jaar verder. Een grote vent van 12 is hij nu. Een puber. Zich druk makend om van alles en nog wat, bezig met zijn uiterlijk en reputatie, veel waarde hechtend aan de mogelijke mening van anderen. Maar nog steeds is hij hier niet van af te brengen, wat een ander er ook van vindt of denkt.  Sem is een vegetariër en is daar trots op! Hij is eigenlijk alleen nog maar stelliger. Zelfs geen snoep, “want daar zit varkensgelatine in!” Nog steeds kan hij zich woest maken als er, zoals onlangs weer eens, een slachthuis schandaal in het nieuws is. Daar heeft hij het dan weer even heel moeilijk mee. “Waarom doen mensen dat bij dieren? Ik snap niet hoe je dat kunt doen en ’s nachts lekker kunt slapen?” geeft hij gefrustreerd aan.  Ik kan niet anders dan hem gelijk geven. “Maar… “ vertel ik hem dan. “er zijn mensen die wegkijken en hun kop in het zand steken” “En er zijn mensen zoals jij, die hun gedachten omzetten in daden”. “En juist die mensen maken het verschil in de wereld!”.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik op mijn fiets een stilstaande veewagen passeerde. Over mijn kop in het zand steken, want kijken wilde ik eigenlijk niet. Maar toch deed ik het. Het was een vrachtwagen volgeladen met koeien. Hoeven die schraapten over de houten bodem, hier en daar gesnuif, een dikke natte neus die door een luchtgat naar buiten piepte. Heel even keek ik in een paar koeienogen. Keek ik recht in de ziel van een prachtig lief dier dat misschien nog een uur te leven had.

Sem wat ben je een mooi wijs mens en wat ben ik ontzettend trots op je…

  

donderdag 9 februari 2017

“Heb je hem weer geschopt?!” wil ze boos weten. Handjes in haar zij, blik op onweer.“Nou ja!” roep ik beledigd uit. “Natuurlijk niet!”

Ze is niet overtuigd en blijft me argwanend aankijken. “Laatst deed je dat ook hoor!”
“Helemaal niet! Dat was een zetje.” Breng ik ter verdediging in. "alsof jij altijd zo lief voor hem bent!?" (lees: hier en hier)

Sinds mijn dochter gezien heeft dat ik onze dikke rooie kat een handje hielp met zijn besluit om nou wel of niet naar buiten te gaan, word ik beschouwd als een enorme dierenbeul. Daar baal ik best van, want als iemand een kattengek is dan ben ik het wel. Maar goed, als het 6°C onder nul is en binnen lekker behaaglijk, dan ga je toch echt geen tien minuten met de achterdeur open staan wachten tot die dikke voldoende moed heeft verzameld om even snel bij de buren in de tuin te gaan poepen? Nee, dan geef je hem een voorzichtig wipje om hem iets aan te sporen. Een ‘binnenkantje rechts’ zeg maar. Maar volgens Ava kan dat echt niet. Nu komt ze iedere keer aangesneld als Rakker voor de achterdeur staat te piepen, alleen maar om te kijken of ik hem wel netjes in de gelegenheid stel om zijn ‘ding’ te doen. Dat ‘ding’ houdt in dat hij eerst lekker op de drempel gaat zitten om een beetje de winterlucht op te snuiven. Aan de manier waarop zijn oortjes naar achteren bewegen zie ik dat hij nog enige twijfel heeft. Dan gaat hij staan en dan…  nee, hij gaat toch weer zitten. Ik slaak een diepe zucht en zie hoe mijn adem wolkjes vormt. Rakker kijkt op en miauwt een keer naar me alsof hij het nog steeds niet weet. Hij doet het er om! Ik krijg koude voeten en ik hoor de thermostaat klikgeluiden maken. Eén van die koude voeten gaat voorzichtig in de richting van een dikke kattenbips.

“Euhhh!” een strenge vermaning en een boze blik. 
Ik lach heel innemend naar Ava en verwens in gedachten die dikke, die nu met zijn oogjes op een kiertje naar me opkijkt. Ik weet dat katten niet kunnen lachen, maar toch…


donderdag 3 november 2016

Met veel geweld wordt er opeens een boek door de kamer geslingerd. In de vlugheid zie ik dat het hier om een paardendagboek gaat. Ava is boos. Met haar armpjes over elkaar begint ze meteen te briesen. “Dat slaat toch helemaal nergens op pap!” “Dan moet je invullen wie je lievelingspaard is en dan moet je er ook neerzetten wanneer die geslacht wordt!” Ze rolt verontwaardigd met haar ogen. “En dat is dan een dagboek voor kinderen!!”

Dat is inderdaad wel bijzonder. Als ik het boek van de grond raap en begin te bladeren zie ik al gauw waar de verwarring vandaan komt en met een heel grote grijns reik ik haar het dagboekje aan. Met een opgetrokken wenkbrauw bekijkt ze met enig wantrouwen mijn hand en doet alsof ik haar iets ontzettend smerigs aanbied.

Ik leg haar uit dat met geslacht in dit geval wordt gevraagd of je lievelingspaard een jongetje of een meisje is. Sem begint keihard te lachen. Met een boze blik grist ze het boekje uit mijn vingers.

“Je bedoelt een hengst of een merrie pap!” 


vrijdag 23 september 2016

“Ava is een echte Tomboy…” hoorde ik laatst iemand tegen me zeggen. In gedachten zag ik de stoere chick die mijn dochter soms kan zijn, dus ik knikte bevestigend. Later begreep ik dat een meisje die zich gedraagt volgens de geslachtsrol die normaal aan jongens wordt toegeschreven, de daadwerkelijke definitie is van een Tomboy. Dat is ze dan ook weer niet. Het is wel een meisje. Ava speelt graag met haar popjes. Ava is gek op haar Schleichpaardjes, houdt van mooie nageltjes, leuke haartjes,  van roze frutsels en draagt regelmatig een prinsessenjurk.

Dat ze met diezelfde prinsessenjurk, pikzwart en onder de viezigheid, zo ineens weer ergens in een boom hangt vind ik dan weer niet zo meisjesachtig maar wel heel grappig om te zien. Dat is die andere Ava. De Ava die onder  de schrammen, blauwe plekken en bulten zit. Ava die op de vuist gaat met haar grote broer. Die lekker luchtig haar schouders op kan halen voor dingen en niet bang is om haar handjes vies te maken.  Ohwja, en wheelies maakt met haar fiets!

Of zoals laatst.. toen ze aanbelde en vroeg om de schep. Trotse blik in haar oogjes. Een stuk of vier jongetjes op gepaste afstand in haar rug. Net toen ik wilde vragen waarom ze die schep nodig had, zag ik al waarom. In haar handjes een nogal dode duif zonder hoofd. “Die’s dood pap! Mag ik hem begraven?”  Prachtig!

Regelmatig vraag ik me hoofdschuddend af wat voor een vrouw dat later gaat worden. En daar waar je je als vader al vrij vroeg zorgen maakt om de mogelijkheid van al die puisterige pubertjes die later van alles van je dochter willen, heb ik voor mijzelf al besloten dat ik medelijden met die arme jongens heb. Deze dame weet wat ze wil! Maar goed, dat is voor later…

Al deze dingen schieten ook nu weer door mijn hoofd. Ik luister al enige tijd ademloos en vol ongeloof naar een indrukwekkende presentatie van één van de rechercheurs die heeft meegewerkt aan de Dutrouxzaak. Ik zie ook geen van mijn collega's tekenen van inkakken of verveling vertonen. Iedereen voelt dit wel hetzelfde denk ik. Ook op het gezicht van deze man is, zelfs na twintig jaar, nog steeds duidelijk te zien wat het met hem gedaan heeft. Enerzijds luister ik met een gevoel van beroepsmatige interesse naar alle tactische aanwijzingen en onderzoeksmethoden die uiteindelijk hebben geleid tot de arrestatie van deze psychopaat. Maar als vader van een dochtertje in de leeftijd van een tweetal slachtoffertjes geeft dit verhaal me een ontzettend naar gevoel in mijn buik.  Deze ouders hadden ook een dochtertje en een bepaalde toekomstvisie. En dan is er ineens geen later…

Later, daar kan van alles tussenkomen. Eerst is er nu en is er straks. En straks ga ik iemand heel hard knuffelen en extra lang voorlezen. Ach, misschien klimmen we ook nog wel even in een boom. Gewoon omdat het kan.


maandag 12 september 2016

Ik stuur Ava vast naar boven en zeg dat ik zo haar tandjes kom poetsen. Ook vraag ik of ze haar kleren alvast uit wil doen. Ik stop ondertussen de laatste glazen in de vaatwasser, haal een doekje over het aanrecht en zet water op voor de thee. Als ik de trap op loop zie ik dat de kamerdeur van Ava dicht is en op haar kamer is het heel stil. Als ik de deur open doe roept ze “hoi pap!” maar niet op haar gebruikelijk blije manier. Er is geen oogcontact, ze legt wat rommeltjes goed die al goed lagen en ze heeft nog steeds haar kleren aan. De meeste ouders krijgen nu die narigheidskriebel die aangeeft dat er iets niet in de haak is. Vorige week zat er nog grijze stuiterbal klei in de lakens. De week daarvoor zat er roze lippenbalsem in het kussensloop. Daarvoor was het… volgens mij de vlek op de muur? Ik weet het al niet eens meer. Ik kijk de kamer rond maar zie nog niets geks.  Ik vraag haar wat ze aan het doen is. “Ohw niks…” ze draait wat nerveus op de ballen van haar voetjes en kijkt in de richting van de kledingkast. Als  het deurtje van die kledingkast ineens open gaat en er een dikke rode, ietwat verwilderde, poes uit wandelt zet ze grote geschrokken ogen op. “Rakker! Wat doe jij daar nou weer?!” roept ze met overdreven veel verbazing. Ik doe mijn armen over elkaar. Ze lacht zenuwachtig en roept naar Sem dat Rakker zomaar in haar kast was gaan liggen.

Sem komt ook kijken en wordt meteen boos op zijn zusje. Hij weet ook al genoeg. Als hij haar vervolgens beschuldigt van het opsluiten van onze poes protesteert ze luid. Dat zou ze nooit doen bij Rakker. Ze zet nijdig haar handjes in haar zij en haar bruine oogjes spugen vuur. Ik spreek Sem semi vermanend toe en geef met een knipoog aan dat ik Ava daar absoluut niet voor aan zie. Poesjes kruipen nou immers heel graag in kasten om daar lekker te kunnen liggen. Ava kijkt alsof ze haar tong tegen haar broer wil gaan uitsteken. Ze denkt dat ze er mee weg gekomen is. Sem gelooft er nog steeds geen bal van. Ava wandelt haar kamer weer in.

“Toch knap van Rakker he?” zeg ik met een grote grijns tegen Sem.  Ava stopt in haar beweging en ik zie dat ze meeluistert.

Sem trekt vragend zijn wenkbrauw op en moet al lachen om mijn grijns.  “Nou, dat hij met zijn pootjes ook de kastdeur achter zich dicht kan trekken als hij lekker in Ava’s kast wil gaan slapen.”

Samen liggen we slap van het lachen. Ava gooit boos haar kamerdeur dicht.
Ik voel meteen weer schrijfkriebels voor een leuke blog voor in ons archief !

dinsdag 16 augustus 2016

Als Nathalie een klein spijkerrokje in de was wil doen voelt ze dat er nog iets in zit. In de achterzak treft ze een glazen flesje glimspul met daarop een prijsstickertje aan. Als Ava hiermee geconfronteerd wordt zet ze onschuldige ogen op en weet ze natuurlijk van niets. Sem weet echter te vertellen dat ze het in de winkel al in haar handjes had. Ava doet enorm verbaasd en begint te briesen. Daarna volgt er gezeur en een hoop ge-welles en nietus. Nathalie grijpt in en is boos. Ava begint te huilen. Als ze beneden ook nog een pittige confrontatie met papa aan moet, beseft ze de ernst van de situatie en is ze erg timide. Onze dochter heeft gestolen! Een crimineel! Aan tafel is ze verrassend stil voor haar doen en als we vertellen dat ze het flesje morgen zelf moet terugbrengen naar de winkel vindt ze dat niet heel leuk.

’s avonds vertelt ze dat ze het flesje zo mooi vond en dat ze het aan mama wilde laten zien, maar daarna vergeten was om het uit haar zak te halen. Haar puppy ogen zijn bijna overtuigend. Ik trek een wenkbrauw op en vertel dat de boeven tijdens papa’s werk ook wel eens beweren dat ‘iets’ zomaar ineens in hun zak zat, maar dat niemand dat dan echt gelooft.

De volgende dag is het moment van de waarheid. Ze durft niet, maar mama is onverbiddelijk. Met een knuffel in haar ene handje en het flesje in de ander schuifelt ze dan toch naar de kassa en vertelt wat er gebeurd is. De puppy ogen doen ook deze keer hun werk. Het valt mee. Opluchting trekt over haar gezicht als het achter de rug is. Als ik tijdens het eten vraag naar de afloop van het geheel, biecht ze op dat ze het doodeng vond. Helemaal uit zichzelf geeft ze ook toe nooit meer zoiets te willen meemaken. Doel bereikt!

Het opbiechten van haar criminele activiteit moet voor enige opluchting hebben gezorgd, want alsof ze dan ook maar meteen schoon schip wil maken bekent ze (met een ondeugende snuit) ook tussen neus en lippen door alle diefstallen uit de voorraadkast thuis. De paaseitjes, de kinderchocolade, de koekjes... “En die rooie snoepjes van jou pap! Die zijn het lekkerst!” “Die neem ik dan in mijn tas mee naar school om uit te delen!”   

Aan mijn gezicht ziet ze al dat ze daar voor deze keer mee wegkomt...


donderdag 2 juni 2016

Voordat ik ‘s ochtends naar beneden sjok zet ik altijd eerst de deuren van de kinderen open. Dan kunnen ze rustig wakker worden terwijl ik me op de automatische piloot bezig houd met koffie, drinken, broodbakjes, fruit en beschuitjes. Pas na de eerste slokken koffie heb ik het gevoel een beetje wakker te zijn. Dan hoor ik de eerste voorzichtige voetstapjes op de trap. Ava is als eerste beneden gevolgd door haar grote broer.

Er is iets.. dat merk ik meteen. Ava kijkt sip. Een muf net-wakker-kind, met een slaapjurkje, slaapoogjes, slaaphaar en een traanrandje in haar grote bruine ogen. Ik vraag wat er is en ze steekt meteen haar haar armpjes naar me uit, voor ouders het universele gebaar dat zegt: 'wil je me optillen en vasthouden'.  Als ik haar vastpak barst ze in onbedaarlijk snikken uit op mijn schouder. Ik wil nors in de richting van Sem kijken, want ‘hij zal wel weer…’ , maar Sem lijkt net zo verbaasd als ik en haalt vragend zijn schouders op.  Ik wrijf over haar rug en laat haar even gaan. Als ze weer een beetje rustig is vraag ik nogmaals wat er loos is. En terwijl ze naar me opkijkt met ogen vol tranen zie ik dat er het nog lang niet voorbij is. Ook Sem kijkt zorgelijk. "Wat is er toch aan de hand meis?" vraag ik bezorgd.

... “Juf de Boer gaat met pensioen!”


zondag 31 januari 2016

Ondanks dat Sem nog maar in groep 7 zit, wilde hij toch alvast wat open dagen van het voorgezet onderwijs bezoeken. Na slechts twee scholen is hij er al uit welke het wordt. Gewoon een gevoelskwestie. Er was een klik. Prima toch? Vanaf dat moment houdt het hem bezig en wordt er in huis en ook op school veel over gesproken. Sommige klasgenootjes zijn er ook al uit en gaan straks naar dezelfde school. Sommigen maken weer andere keuzes. Zo gaat dat in het leven.  En ook al was het voor hem zo klaar als een klontje, Sem is toch heel nieuwsgierig naar de achterliggende gedachten van de keuzes van die anderen.  “Waarom zou *** voor die school kiezen Pap?” “Dat is toch helemaal niet handig?” Ik geef aan dat hij toch zelf ook een keuze op basis van zijn gevoel heeft gemaakt. Hij antwoordt met een schouderophalen waarmee hij me een soort van gelijk geeft.  

Dan schrikt hij op. “Ohw pap!!”  “### Gaat naar de Fructies school of zoiets, en daar moet je de hele dag in de bijbel lezen en meisjes mogen daar niet eens een broek aan!” Hij zet grote ogen op. Ik leg hem uit dat hij vast de Jacobus Fruytierschool bedoelt en dat ze daar inderdaad behoorlijk streng met religie bezig zijn. “Jamaar dat is toch stom?” vindt hij. “Waarom zou een jong iemand voor ZO’N school kiezen?” Hij rolt theatraal met zijn ogen. Ik moet lachen om zijn verontwaardiging.

Ik leg uit dat mensen die zo streng in de bijbel geloven hun kinderen juist naar zo’n school sturen en dat die kinderen hierin soms weinig te kiezen hebben. Dat vindt hij helemaal het toppunt. “pffff!” briest hij. “Dus als je ouders zo streng gelovig zijn, dan ben je gewoon de sjaak?!” “Dan moet je gewoon naar ZO’N school?” Ik knik slechts en hij rolt weer met zijn ogen. “Jamaar als je ouders zeggen wat je moet geloven, hoe kun je dan zeker weten of het allemaal wel echt zo zit?” Hier moet ik om gniffelen. Niet omdat ik het zo grappig vind, maar meer omdat hij voor mij hiermee de spijker op zijn kop slaat.

“Kijk..” (hij kijkt heel serieus nu) “Je weet eerst nog van niks. Je ouders vertellen je dan wat je moet geloven, je opa en oma waarschijnlijk ook. Ze nemen je mee naar een kerk waar ze je vertellen hoe het zit, sturen je naar een school waar iedereen zo denkt. Iedereen om je heen denkt zo. Hoe kun je dan uiteindelijk iets anders gaan geloven?” Ik geef deze discussie een extra prikkel door hem te vragen waarom mensen dan iets anders zouden moeten geloven. “Ja dat hoeven ze niet als ze dat niet willen…” hij denkt even na. “Maar ze zouden gewoon zelf een keuze moeten kunnen maken tussen alle verschillende soorten van geloven.” “Jullie laten mij toch ook gewoon kiezen wat ik wil geloven en naar welke school ik mag?”

Nu moet ik hardop lachen, want in zijn onbevangen, kinderlijke eerlijkheid zegt mijn tien jarige zoon hier iets heel slims en iets heel belangrijks. Ik geef hem een vriendschappelijke mep op zijn schouder.

Goed zo Sem! Durf te onderzoeken. Durf kritisch te zijn en niet zomaar alles voor waarheid aan te nemen. Als je buiten hokjes wil denken hoef je je alleen maar te realiseren dat er helemaal geen hokjes zijn... ;)


zondag 3 januari 2016

Als na wat nattig gemiezer voorzichtig een klein zonnetje doorbreekt en de wolken wegtrekken, stelt Nathalie voor om wat gezelligs te gaan doen. Gisteren hadden we al besloten om naar de winter in het openluchtmuseum te gaan als het weer dit zou toelaten, en dat moment was ineens aangebroken. Sem hangt onderuitgezakt op de bank met een afstandsbediening in zijn hand en kijkt alsof hij in iets smerigs gebeten heeft. Hij slaakt een diepe, verveelde, pre-puberale zucht. Nathalie’s enthousiasme werkt wel aanstekelijk op Ava, want die is wel te porren voor een uitje. Als we vertellen dat je bij het openluchtmuseum nu ook kunt schaatsen beginnen haar oogjes te glunderen. Sem geeft aan dat je bij Paleis het Loo ook kunt schaatsen. “En dat is veel dichter bij hoor…” voegt hij daar aan toe. Als we vertellen dat we daar ook een rondje in de oude tram gaan rijden, dat je van een hoge helling kunt sleeën en dat we ook nog warme chocomel met een koek nemen, komt ook Sem in beweging.

In de auto begint het geklier al voordat we op de snelweg zijn. Ava wil haar kleurplaat afmaken, maar laat die nou toevallig net in Sems oude kleurboek zitten. Bij de vierde “Nouhou Sem geef hier!” gevolgd door een “Nee, het is mijn kleurboek!” zucht ik veelbetekenend en kijk ik Nathalie aan. Nathalie rolt met haar ogen en maakt een gebaar van ‘laat ze maar lekker even zeuren hoor’. Als het me lang genoeg geïrriteerd heeft vraag ik waarom ze nou zo moeten zeuren om een stom stuk papier en mopper ik dat Sem niet zo moet zeuren om een kleurboek dat al drie jaar in de auto ligt. Daar is Ava het beslist niet mee eens. “Dat is geen stom papier hoor! Dat is mijn tekening!” "Ja, in mijn kleurboek!" vult Sem aan. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik hoe Sem er een sadistisch genoegen in schept om het kleurboek telkens net buiten het bereik van haar handjes te houden en dat Ava steeds nijdiger begint te kijken. Net als ik wil roepen dat ze nu echt op moeten houden, hoor ik Sem een ijselijke kreet slaken. “Aaaauw! Ava trekt aan mijn haar!” In mijn achteruitkijkspiegel zie ik dat Ava niet zomaar een ruk aan zijn haar geeft, maar met een verbeten trek om haar mondje, met haar volle gewicht aan een pluk van Sems haar hangt. Haar veiligheidsgordel staat er zelfs van op spanning, zoveel kracht wordt uitgeoefend. Sem gilt als een speenvarken terwijl zijn hoofd door zijn kleine zusje helemaal naar links getrokken wordt. Inwendig lig ik dubbel om dit staaltje wraakzuchtige wreedheid van mijn 6 jarige dochter, maar natuurlijk grijp ik in. Na een stemverheffing is in een mum van tijd de orde hersteld en grijpt Sem zuur kijkend naar zijn hoofd en grijpt Ava naar het kleurboek met een zelfvoldane blik. Na drie potloodstrepen is ze alweer klaar met kleuren en wil ze een papieren vliegtuigje maken. Dat lukt haar niet goed en zomaar ineens biedt Sem heel lief aan om haar te helpen, want hij is daar heel goed in. Ik steek mijn duim omhoog naar Sem. Samen maken broer en zus vervolgens een papieren vliegtuigje van de kleurplaat waar ze nog geen 5 minuten geleden slaande ruzie over hadden. Sem toont vol ijver zijn aerodynamische origami skills, Ava complimenteert hem met een bijzonder mooi papieren vliegtuig en zomaar ineens is het weer gezellig in de auto. 

Ik moet inwendig nog steeds lachen om die venijnige represaille van mijn dochter. Dat is vast aan me te zien, want Nathalie vraagt wat er zo grappig is. Samen hebben we nog meer lol als ik (in het Engels) de reden van mijn binnenpretje uitleg en aangeef daar maar weer eens wat over te bloggen vanavond.


zondag 27 december 2015

Als ik onder de kerstmaaltijd een persoonlijke anekdote uit een ver verleden vertel, onderbreekt Ava me midden in mijn verhaal met een grote grijns en een verbaasd gezichtje. 
"Huh? heette jij vroeger dan ook al Allard?"

Als ik instemmend knik begint ze heel hard te lachen... "Wie noemt zijn kind nou Allard?" 

Ik doe mijn armen over elkaar en trek een semi-gekwetste blik. 
Ava steekt verzoenend haar handjes omhoog. "Het is een heel mooie naam voor iemand van jouw leeftijd hoor pap! maar toch niet voor een klein kindje ? ..." 

en bedankt.. ;)


StatCounter

Follow me on Twitter!