donderdag 27 juli 2017

“En jullie gedragen je niet als Nederlandse Kinderen he?!”
Een opmerking die ik in het verleden vaak heb gemaakt voordat we in Frankrijk een restaurant of een supermarkt binnenliepen. Nu is dat niet meer nodig. Nu kijken onze kinderen ons aan met rollende ogen als er weer eens een kind loopt te krijsen tijdens het shoppen, of continue rondjes om je tafel rent als je ergens lekker zit te eten. Onopgevoede Nederlandse rotkinderen, standaard gewend om als prinsjes of prinsesjes behandeld te worden. Strontvervelend omdat ze hier niet vermaakt worden met een kleurplaat of een Ipad in het restaurant. Ontzettend irritant! Maar we hebben stiekem ook wel een hoop lol om wat wij inmiddels de Franse supermarkt safari zijn gaan noemen. Zachtjes pratend, zodat ze je afkomst niet horen, en dan gewoon observeren en genieten! ;)

Drie keer raden uit welk land die komen…” vraagt Sem zachtjes als er een hoogblond kind met een shirtje van een voetbalclub loopt te krijsen om een zak snoep.  Zijn moeder vraagt al zeker drie keer heel lief of hij alsjeblieft op wil houden. Sem gniffelt me veelbetekenend toe alsof hij wil zeggen "zei het toch?!". In gangpad drie hoor ik het rotkind nog steeds krijsen. Twee andere kinderen rennen me voorbij, hun tweede rondje al. Ze lachen en hijgen. “Nouhou! Niet doen!” krijst de één terwijl de ander hem bij zijn shirt vasthoudt omdat hij net iets sneller loopt. In gedachten glimlach ik in mijzelf omdat ik al had voorspeld welke taal deze kinderen zouden spreken. Ik moet sterk een impuls onderdrukken om ze niet te laten struikelen. 

Ergens hoor ik een kerel met een 'vlugge Japie accent' heel luid vragen of ze nog 'moeslie' nodig hebben. Het antwoord is nog luider. Ik ga een gangpad verder, mij afvragend wat moeslie is, en zoek samen met Ava een lekker Frans kaasje uit. Het rotkind hoor ik nog steeds krijsen, het geluid lijkt dichterbij te komen. Naast mij vraagt een moeder afwezig of Rutger het winkelwagentje wil laten staan. Rutger, een jaar of 7, toevallig ook weer met een voetbalshirtje en een dom dik boerenhoofd, doet of hij niets hoort en duwt het karretje nog iets verder. Zijn kleine broertje, die in het zitje zit, begint te zeuren. Moeders zit gehurkt voor de ontbijtkorrels en zucht eens diep. “Ik zei niet doen Rutger!” Het toontje is bijna smekend en weinig autoritair. Een vader met een bril en bruine sandalen staat gedwee te wachten tot zijn vrouw een keuze heeft gemaakt en zegt niks. Rutger is niet onder de indruk en waagt nog een poging door het karretje een laatste zwieper te geven. Zijn broertje zet het op een brullen. In gedachten schud ik Rutgertje eens even heerlijk door elkaar. Ava moet lachen om mijn blik die boekdelen spreekt. Ik kijk ondeugend en fluister Ava in haar oor dat Rutger een oor zo groot als een pannenkoek zou hebben als dat mijn kind was! Ze proest het keihard uit en ik kan niet anders dan meelachen. Vaders staart ons appelig aan. “Bonjour!” zegt Ava vrolijk. Ik kijk  nog even een keer heel vals naar Rutger.

Als we bij de kassa staan zie ik het krijskind van daarstraks. Knalrode ogen, bezweet, overal snot en tranen, maar nu met blije bakkes én een nieuw waterpistool in zijn knuistjes. Naast me in de kassarij hoor ik "Euh, ken aai pin heer?" Als ik mijn hoofd omdraai zie ik een forse blonde dame met een kar vol vakantievoer. De kassajuf lijkt geen chocola te kunnen maken van haar steenkolen-Engels, dus wappert ze met een Rabopasje en roept heel hard "PINNUH!"

Ik moet een ontzettende lachbui onderdrukken en ik kijk nu al weer uit naar de safari van morgen!

à la prochaine!


donderdag 30 maart 2017

Ik zie hem nog zitten. 4 jaar, blonde krullen, een dikke traanrand in zijn oogjes. Ik heb hem zojuist verteld waar zijn stukje vlees van gemaakt is. Hij vroeg er zelf om hoor! En ik ga dan ook niet liegen of er een mooi Disney verhaal van maken. Een stukje vlees komt van de koe! “Maken ze die koe dan dood?” wilde hij weten. Ik knikte en daar werd hij even heel verdrietig om. “Dan wil ik nooit meer vlees!” riep hij boos. Nu hebben heel veel kinderen zo’n momentje, maar Sem hield die belofte. En dat vond ik mooi! Dat hij zo jong al zo stellig een keuze maakt en daar helemaal achter staat. Daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Vanaf die dag heeft hij geen vlees meer aangeraakt en werd er ineens ook heel anders gekookt, want een vegetariër heeft andere behoeften. En als je dan zo wat leest en je wat meer gaat verdiepen, dan kom je er achter dat het eigenlijk helemaal niet zo slecht is om geen vlees te eten. Integendeel zelfs. Wij zijn allemaal mee gaan doen met Sem en dat ging ons beter af dan ik verwacht had. Heel af en toe een stukje vlees vind ik nog steeds wel lekker hoor, maar die zijn per jaar op één hand te tellen. 

We zijn inmiddels 8 jaar verder. Een grote vent van 12 is hij nu. Een puber. Zich druk makend om van alles en nog wat, bezig met zijn uiterlijk en reputatie, veel waarde hechtend aan de mogelijke mening van anderen. Maar nog steeds is hij hier niet van af te brengen, wat een ander er ook van vindt of denkt.  Sem is een vegetariër en is daar trots op! Hij is eigenlijk alleen nog maar stelliger. Zelfs geen snoep, “want daar zit varkensgelatine in!” Nog steeds kan hij zich woest maken als er, zoals onlangs weer eens, een slachthuis schandaal in het nieuws is. Daar heeft hij het dan weer even heel moeilijk mee. “Waarom doen mensen dat bij dieren? Ik snap niet hoe je dat kunt doen en ’s nachts lekker kunt slapen?” geeft hij gefrustreerd aan.  Ik kan niet anders dan hem gelijk geven. “Maar… “ vertel ik hem dan. “er zijn mensen die wegkijken en hun kop in het zand steken” “En er zijn mensen zoals jij, die hun gedachten omzetten in daden”. “En juist die mensen maken het verschil in de wereld!”.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik op mijn fiets een stilstaande veewagen passeerde. Over mijn kop in het zand steken, want kijken wilde ik eigenlijk niet. Maar toch deed ik het. Het was een vrachtwagen volgeladen met koeien. Hoeven die schraapten over de houten bodem, hier en daar gesnuif, een dikke natte neus die door een luchtgat naar buiten piepte. Heel even keek ik in een paar koeienogen. Keek ik recht in de ziel van een prachtig lief dier dat misschien nog een uur te leven had.

Sem wat ben je een mooi wijs mens en wat ben ik ontzettend trots op je…

  

donderdag 9 februari 2017

Heb je hem weer geschopt?!” wil ze boos weten. Handjes in haar zij, blik op onweer.“Nou ja!” roep ik beledigd uit. “Natuurlijk niet!

Ze is niet overtuigd en blijft me argwanend aankijken. “Laatst deed je dat ook hoor!
Helemaal niet! Dat was een zetje.” Breng ik ter verdediging in. "alsof jij altijd zo lief voor hem bent!?" (lees: hier en hier)

Sinds mijn dochter gezien heeft dat ik onze dikke rooie kat een handje hielp met zijn besluit om nou wel of niet naar buiten te gaan, word ik beschouwd als een enorme dierenbeul. Daar baal ik best van, want als iemand een kattengek is dan ben ik het wel. Maar goed, als het 6°C onder nul is en binnen lekker behaaglijk, dan ga je toch echt geen tien minuten met de achterdeur open staan wachten tot die dikke voldoende moed heeft verzameld om even snel bij de buren in de tuin te gaan poepen? Nee, dan geef je hem een voorzichtig wipje om hem iets aan te sporen. Een ‘binnenkantje rechts’ zeg maar. Maar volgens Ava kan dat echt niet. Nu komt ze iedere keer aangesneld als Rakker voor de achterdeur staat te piepen, alleen maar om te kijken of ik hem wel netjes in de gelegenheid stel om zijn ‘ding’ te doen. Dat ‘ding’ houdt in dat hij eerst lekker op de drempel gaat zitten om een beetje de winterlucht op te snuiven. Aan de manier waarop zijn oortjes naar achteren bewegen zie ik dat hij nog enige twijfel heeft. Dan gaat hij staan en dan…  nee, hij gaat toch weer zitten. Ik slaak een diepe zucht en zie hoe mijn adem wolkjes vormt. Rakker kijkt op en miauwt een keer naar me alsof hij het nog steeds niet weet. Hij doet het er om! Ik krijg koude voeten en ik hoor de thermostaat klikgeluiden maken. Eén van die koude voeten gaat voorzichtig in de richting van een dikke kattenbips.

Euhhh!” een strenge vermaning en een boze blik. 
Ik lach heel innemend naar Ava en verwens in gedachten die dikke, die nu met zijn oogjes op een kiertje naar me opkijkt. Ik weet dat katten niet kunnen lachen, maar toch…


StatCounter

Follow me on Twitter!