zondag 27 december 2015

Als ik onder de kerstmaaltijd een persoonlijke anekdote uit een ver verleden vertel, onderbreekt Ava me midden in mijn verhaal met een grote grijns en een verbaasd gezichtje. 
"Huh? heette jij vroeger dan ook al Allard?"

Als ik instemmend knik begint ze heel hard te lachen... "Wie noemt zijn kind nou Allard?

Ik doe mijn armen over elkaar en trek een semi-gekwetste blik. 
Ava steekt verzoenend haar handjes omhoog. "Het is een heel mooie naam voor iemand van jouw leeftijd hoor pap! maar toch niet voor een klein kindje ? ...

en bedankt.. ;)


maandag 21 september 2015

Deze week is het weer de week tegen Pesten zag ik vanmorgen. Ieder jaar wordt aan het begin van het schooljaar weer extra aandacht besteed aan dit onderwerp en dat is goed! Pesten is en blijft jammer genoeg namelijk altijd actueel. Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad. Is het niet als dader of als slachtoffer, dan heb je vast wel eens van dichtbij meegemaakt dat iemand anders pestgedrag moest ondergaan. Al dan niet grappig bedoeld, maar zeker niet als zodanig ontvangen. Want dát is het in essentie; De ontvanger van het gedrag bepaalt of je over zijn of haar grens gaat, niet de verzender! En ook al is het heel kinderachtig, pesten beperkt zich echt niet alleen tot het schoolplein. In mijn neventaak als vertrouwenspersoon maak ik zelf ook regelmatig mee wat pesten met volwassen mensen doet én dat de gevolgen daarvan soms niet misselijk zijn. Dagelijks ervaren ongeveer een half miljoen Nederlanders enige vorm van pestgedrag en slepen zich met het lood in de schoenen naar hun werk.

Ook bij Sem op school wordt wel eens gepest. Heel soms vang ik tijdens het avondeten zaken op die zich in de klas af spelen die onder de noemer pesten vallen. Er is één jongetje dat ooit eens betrapt is op het eten van zijn eigen neustrofeeën en die moet dat nu de hele dag horen. “Iedereen vindt hem nu vies pap! En dat is best sneu.” Ik merk aan hem dat hij een soort innerlijke tweestrijd voert, enerzijds tegen het onrechtvaardige, anderzijds vindt hij snot eten walgelijk. Ook zijn er in groep 7 al kinderen met een smartphone en bijbehorend Whatsapp account waardoor voorzichtig de eerste tekenen van cyberpesten ontstaan in de vorm van digitale beledigingen, scheldpartijen en het buitensluiten uit groepsappjes. “Laatst nog pap! Toen zei *** tegen *** dat hij haar een irritant wijf vond op Whatsapp!” vertelt hij dan met grote ogen en enigszins rode wangetjes. De ene keer vindt Sem er wat van, de andere keer gaat het allemaal langs hem heen en haalt hij zijn schouders er voor op.

Sem is volgens mij een te grote lieverd om een echte pester te zijn. (Ik kan er natuurlijk compleet naast zitten, maar dat hoopt iedere ouder van zijn kind) Ook is het geen jongetje dat snel gepest wordt. “Maar…” vroeg ik hem laatst, “grijp jij wel eens in als anderen gepest worden?” Want dat is vaak wel een heel lastige. Voor omstanders blijkt het toch heel moeilijk om in te grijpen terwijl ze dit vaak wel willen, maar uit angst om zelf gepest (of erger) te worden na laten om te doen. Terwijl toch is gebleken dat niet wegkijken maar aanspreken wel het meest effectief is om pestgedrag aan te pakken.  Ik zie hem nadenken. “Soms wel.. als ik het gemeen of zielig vind.” Hij glimlacht als ik aangeef dat ik dat goed van hem vind. “Hebben jullie het er in de klas ook al over gehad?” wil ik weten. Hij kijkt even op van zijn computerscherm en schudt zijn hoofd. “Vorig jaar met de juf eventjes.. maar dat helpt toch niet echt. Er zijn altijd kinderen die blijven pesten pap!

Als ik dan vanmiddag zie dat de film Spijt! op Zapp wordt uitgezonden, speciaal voor de week tegen pesten, vraag ik Sem via de telefoon of hij die voor me wil opnemen. “Wat is dat voor een film dan?!” wil hij weten. Als je tegen een tienjarige zegt dat hij die film moet kijken omdat die zo indrukwekkend is, dan wordt zijn interesse niet gewekt, dus zeg ik dat hij die film alleen mag kijken als hij denkt dat hij het aankan om een enorm zielige film over pesten op school te kijken. Dat werkt. “Ik neem hem op pap! En ik kijk hem ook wel even.. Doei!”  Nog voordat ik hem kan bedanken drukt hij de telefoon al weer uit.

Als ik uit mijn werk kom zit hij op de bank, doodstil, met grote ogen. De film is net afgelopen. “Indrukwekkend he?!” vraag ik hem terwijl ik naast hem ga zitten en hem op zijn knie klop. Hij slikt een paar keer en knikt instemmend, niet in staat om enig geluid te produceren. Ik klop hem nog een keer op zijn knie en gun hem even een momentje.

Even later komt er een gesprek op gang en gaat het heel even alleen nog maar daar over. Het heeft behoorlijk wat indruk gemaakt. Mijn doel is bereikt. Elke klas zou die film gewoon eens moeten bekijken. Over pesten praten helpt. Ook een pest protocol helpt. Maar het voorkomt pesten niet. Soms moet je iets zien, iets ervaren, iets voelen, om te weten wat het met een ander doet. De film Spijt! doet dat met je. Het maakt je enorm bewust van wat pesten kan doen. Het maakt je ook (pijnlijk)  bewust van de rol die je soms kunt hebben in een groep.

Want wat doe je nu een volgende keer?



vrijdag 5 juni 2015

Sem draalt een beetje om me heen. Meestal volgt er dan een vraagstuk, een probleem  of een lastig dilemma.  Deze omvatte ze alle drie wel zo’n beetje.  “Pap! Geesten oproepen, is dat gevaarlijk?
Sem vraagt nooit iets zomaar, dus ik heb al een idee welke kant dit op gaat en besluit het maar meteen op de spits te drijven.  Ik veins een schrikreactie, kijk hem met grote ogen aan en zeg dat het oproepen van geesten iets is wat hij echt nooit moet doen omdat dit extreem gevaarlijk kan zijn. Ook Nathalie doet een duit in het zakje en geeft aan dat dit heel stom is om te doen! Tegenover me kijkt iemand net zo geschrokken (maar dan oprecht) terug. “Wat kan er gebeuren dan?” Zijn ogen zijn nu groter dan de mijne. Ik vertel hem van een waargebeurd verhaal dat ik ooit eens heb gelezen, over Marion, een meisje van 15 dat had geëxperimenteerd met het oproepen van geesten en een bijzonder gemeen exemplaar opriep die haar tegen haar wil allerhande dingen liet doen. “Wat voor dingen dan?” Hij komt iets dichter bij me staan. Ik vertel hem dat dit meisje zichzelf dingen aandeed, zoals in haar eigen pols knippen, en dat die geest haar dit liet doen. Sem kijkt nu lichtelijk panisch.

Als ik hem vraag waarom hij dat eigenlijk wil weten komt het hoge woord eruit. “Britt en ik hebben vandaag op school de Charlie Challenge gedaan pap!” Ik trek mijn wenkbrauw vragend op. “Dat is hetzelfde als geesten oproepen! Met twee potloden…” Ik kijk hem geschrokken aan en doe een grote stap bij hem vandaan. Ik heb hem volgens mij nu redelijk op de kast. “Wat kan er nu gebeuren?” wil hij met grote ogen weten en stapt weer naar me toe. Snel zoek ik op youtube de trailer van The Exorcist op en draai de computer zijn kant op. Dat heeft zijn uitwerking. Al na enkele seconden kijkt hij verschrikt weg en daarna volgt een vragenvuur van zeker een uur lang over geesten, bezetenheid en de gevaren van geesten oproepen. Als ik hem uiteindelijk vraag of hij zich nog wel goed voelt, twijfelt hij even een moment. “Ja, volgens mij wel…” Hij kijkt me aan alsof hij vragen wil of ik dan niets geks zie. Ik vertel hem dat ik denk dat hij deze keer geluk heeft gehad. Opluchting trekt over zijn gezicht.

Of het opvoedkundig helemaal juist was gok ik niet, maar iets zegt me dat dit voorlopig wél zijn laatste  Charlie Challenge was..  Doel bereikt toch? ;)

zondag 12 april 2015


Als ik op de computer zie dat het vandaag 12 april is, zeg ik hardop dat mijn vader vandaag 64 zou zijn geworden als hij nog had geleefd. Sem kijkt me meteen meelevend aan, hij vindt het erg lastig om daar mee om te gaan weet ik. Ava niet. Ze weet dat mijn vader ligt begraven en ze vraagt blij of we straks nog even naar het kerkhof gaan, want dan wil ze mee. Nu heb ik zelf helemaal niets met begraafplaatsen. Ik heb mijn eigen zienswijze op de dood en op wat daarna komt. Ik ben er dan ook al heel lang niet geweest omdat ik daar persoonlijk vrij weinig troost of herinneringen vind. Maar goed, het is enorm lekker weer én de begraafplaats ligt midden in een mooi bos, dus ik geef Ava haar zin. Ze maakt een sprongetje van blijdschap en ze vraagt of haar ‘Nijn’ ook mee mag.
Sem weigert meteen. “Ik word altijd heel verdrietig van begraafplaatsen pap!” zegt hij met een zacht stemmetje. Ik vertel hem dat dat helemaal niets geeft en dat hij vooral niets moet doen waar hij niet blij van wordt.
Als we op het punt staan om weg te gaan, loop ik nog even naar boven om door te geven dat we eventjes weg zijn. Ava heeft een blauwe vlinderzonnebril op en een knuffelkonijn in haar armen en wacht ongeduldig. Sem is net onder de douche geweest en ik zie meteen dat hij erg verdrietig is. Als ik hem aankijk schokken zijn schoudertjes en begint hij te snikken. Hij laat me weten dat hij het zo zielig voor me vindt dat ik geen papa meer heb. Sem is altijd al gevoelig en een diepe denker geweest en op dit soort momenten wordt hem dat denken dan net even te veel. Ik haal mijn hand door zijn fris gewassen haren en zeg dat ik snap dat hem dat verdrietig maakt. Ik probeer hem iets gerust te stellen en zeg dat ik het lief vind dat hij zo meeleeft, maar dat het nu 21 jaar geleden is en dat papa dat echt al een plekje heeft gegeven. Dat helpt niet echt volgens mij.
Op de begraafplaats rent Ava telkens even vooruit. Eén brok uitbundige vrolijkheid en energie. Een heerlijk zonnetje schijnt op ons neer en als we de eerste grafstenen passeren komt ze naast me lopen en pakt ze mijn hand. Natuurlijk weet ze al lang wat er gebeurt als je dood gaat, maar toch vraagt ze of er echt dode mensen onder die stenen liggen. Ze wil van alles weten. Hoe je nou onder de grond gaat en wat er dan met je lichaam gebeurt. Wie al die mooie stenen maakt en waarom mensen bloemetjes neerleggen bij mensen die toch al dood zijn en er dus niets aan hebben. "Dat is toch zonde?!" zegt ze terwijl ze een wenkbrauw optrekt. Ik geef overal zo eerlijk mogelijk antwoord op, of vertel hoe ik denk dat het zit en ze hoort het allemaal geïnteresseerd aan en knikt wijs.
Als we uiteindelijk voor de steen van mijn vader staan ziet ze daar haar eigen achternaam. “Hey! Zo heet ik ook!” roept ze blij uit. Hand in hand staan we daar en terwijl Ava hardop leest wat er nog meer op de steen staat neem ik een kort moment voor mijzelf en breng ik in gedachten even een groet over. Dan vind ik het eigenlijk al weer goed en geef ik aan dat we weer verder gaan. 
Ava wil nog lang niet naar huis. Er is nog zoveel moois te zien. Als we samen terug lopen bekijken we de verschillende stenen. Overal wil ze weten wie er liggen en hoe oud ze waren. Bij de graven van kindertjes, met mooie vrolijke stenen en speelgoedjes, wordt ze net als ik toch even stil. Even heb ik sterk de behoefte om haar lekker vast te houden. Ze kijkt nog eens om als we verder lopen maar is al snel weer afgeleid en hervat haar vrolijke gehuppel. Als ze even later een steen ziet waarop staat dat er een lieve vader, broer en opa begraven ligt, zet ze grote ogen op en vraagt of die daar dan allemaal samen in liggen. Daar moet ik om lachen. Als ik haar uitleg waarom lacht ze vrolijk mee.
Samen lachen we om bijzondere namen die we tegenkomen en om een berg konijnenkeutels waar ik haar ‘Nijn’ de schuld van geef. Als we samen hand in hand vrolijk lachend naar de uitgang huppelen verbaas ik me over het verschil in reactie en zienswijze van onze kinderen. Yin en Yang. Er is altijd balans. Er is leven en er is dood, onlosmakelijk verbonden met elkaar. Ook is er verdriet en is er vrolijkheid.
Wie zegt dus dat je op een kerkhof niet gewoon ook vrolijk mag zijn… ‘tis al zo’n dooie boel. ;)

donderdag 12 maart 2015

Als ik aan kom lopen, lekker in mijzelf gekeerd en geen zin in aanspraak, zie ik van een afstand al dat ze oogcontact probeert te maken. Ik weiger terug te kijken en wandel nog iets meer naar rechts, maar dat pikt ze niet. Ze wandelt in tegenover gestelde richting met me mee en komt nog steeds op me af. Inwendig baal ik en begin in mijn hoofd allerhande smoezen te repeteren. Een geloofwaardige en plausibele reden waarom ik het echt niet wil en eigenlijk is dat van de knotse toch?! Ik ben namelijk niet het type dat bot iets weigert. Ik blijf wel netjes. Maar vaak sterkt dat de ander juist in hun gevoel je te kunnen overtuigen, dus vraag ik me vaak af of ik dat niet gewoon eens moet doen. Lekker “NEE!” zeggen, chagrijnig kijken en dan zo’n nonchalant wegwuif gebaar maken. Dat zal ze leren! Ik vind het ook ronduit vervelend dat ze je in die positie drukken met dat opdringerige gedoe. Tegenwoordig zeg ik gewoon netjes “Geen interesse” of “Doe geen moeite”, lach een keer vriendelijk en stap stevig door. Heel af en toe word ik nog enkele meters achtervolgd door een volhouder, maar over het algemeen werkt het prima. Bij deze dame alleen niet. Met een overdreven blij gezicht blijft ze achterwaarts in mijn gezichtsveld lopen. “Gratis krantje meneer?” zegt ze terwijl ze een opgevouwen dagblad onder mijn neus drukt. 

Persoonlijk heb ik helemaal niets met kranten en overige media die pretenderen nieuws te verkondigen. Wat is tegenwoordig nog nieuws? Kort, snel en veelal ellendig!

Ik ben op dieet. Een nieuwsdieet om precies te zijn. Ik probeer namelijk al enige tijd geen nieuws meer tot mij te nemen. Geen krant, geen journaal, geen nieuwssites of apps. Geen opsporing verzocht. Niets! En dat is niet eenvoudig hoor. Het vergt enige discipline. Je kunt de TV of de radio niet aanzetten of je vangt wel wat op. Het nieuws op de radio wordt al lang niet meer ieder uur uitgezonden, ook tussen de programma’s door zijn er korte nieuwsflitsen te horen. En als het niet in het reguliere nieuws is, dan hebben mensen het er wel over in de koffiekamer, in de supermarkt of je digi-vriendjes delen die ellende op social media. Maar toch, ik moet zeggen dat het me best goed afgaat.  Maakt dit dieet mij dan gelukkiger? Nou en of! En ik kan het ook iedereen aanraden.

Ja maar… Nieuws is toch belangrijk? Je moet toch op de hoogte blijven van de dingen die er in de wereld gebeuren? Je moet toch weten wat er speelt? Moet dat? En waarom moet ik dat dan? Word ik daar beter, intelligenter of anders van? Wie kan mij één relevant nieuwsfeit noemen waar de wereld beter van geworden is? Waarom moet ik zo nodig weten wie in welk land een ander doodschiet, onthoofdt, neersteekt of een slechte dag bezorgt. Of in welk land er een overstroming is geweest en hoeveel mensen er al zijn omgekomen. Ik vind ook dat het nieuws op deze manier een vertekend beeld van de wereld schetst. Alsof er alleen maar ellende is.

Het is dus echt geen desinteresse of een vorm van mijn kop in het zand steken. Geenszins. Ik vind het echt wel erg allemaal en dat is het hem nou juist. Ik vind het erg. Het raakt me. Die constante media stroom aan negativiteit en ellende doet iets met me wat ik niet leuk vind. Ik word boos en verdrietig gemaakt door alle onrecht. Ik wordt murw gebeukt met berichtgevingen over al het slechts in de wereld, in Full HD en dolby surround. Ik raak zelfs afgestompt, want de zoveelste onthoofding is wel erg… maar daar heb je er inmiddels al een aantal van gezien, dus maakt het minder indruk. Daar schrik ik van hoor. Het nieuws brengt mij persoonlijk niets goeds, dus heb ik er heel bewust en weloverwogen voor gekozen om al die ellende niet meer toe te laten in mijn leven. Het is klaar!

Vraag je voor de grap ook eens af hoe je onderbewuste aan het werk wordt gezet met deze materie. Iedereen die zich wel eens heeft verdiept in NLP technieken zou het toch zeker op moeten vallen dat, bijvoorbeeld bij een nieuwstopic over moslims, de woorden angst, dood, geweld en terrorisme vaak in één adem worden genoemd. Zo wordt je geest op een geslepen wijze geprogrammeerd dat deze woorden bij elkaar horen. Zo zit het brein in elkaar. Het legt verbanden en maakt patronen en is op deze manier te beïnvloeden.

Men is er dus op uit om angst te zaaien of om je iets te láten geloven en dáár ben ik wars van. Het is pure klassieke conditionering! Want of het nou moslims, terroristen, het zika virus, zwarte Pieten of Russen zijn, door ze constant in één adem te noemen met negativiteit worden ze door je onderbewustzijn dus als vanzelf samengevoegd. Denk daar eens over na. Ik maak het voor mijzelf dan nog iets diepzinniger met bepaalde theorieën en inzichten. Stel nou hè.. dat wij met ons collectieve bewustzijn deze zaken juist laten gebeuren of in standhouden door toedoen van lieden die het nieuws bewust om die reden naar buiten brengen of manipuleren. Wat je aandacht geeft groeit immers! Of gaat dat weer te ver? Het nieuws dieet bevalt mij in elk geval bijzonder goed. Minder nieuws maakt mijn leven leuker!

Maar goed, daar staat daar nog steeds dat meisje met dat krantje terwijl dat allemaal door mijn hoofd schiet. Ze doet ook alleen maar haar werk, ook al is dat in dit geval het ergeren van winkelende mensen. Ze interpreteert mijn nadenkpauze als een mogelijkheid om toch een abonnement te slijten en drukt wederom het krantje onder mijn neus. “Leuk toch? Gratis Krantje?

Met een halve grijns beloof ik dat ik haar krantje aanneem als ze me één ding in die krant kan laten zien waar we beiden oprecht gelukkig en blij van worden.  “Jaaaa.. dat lukt me toch niet!” zegt ze lachend terwijl het krantje weer naar beneden gaat. Ik geef aan dat dit nou exact de reden is waarom ik geen krant wil. “Geen nieuws is goed nieuws” zeg ik als ik haar vriendelijk gedag wuif en mijn weg weer vervolg. Ik ben benieuwd of ze hier nog over nadenkt als ze weer een volgend slachtoffer aanklampt. ;)



woensdag 25 februari 2015

Met de fiets in onze hand wandelen we de schutting binnen. Sem voorop, zoals altijd druk kletsend. Ik daar  vlak achteraan met Ava in het fietszitje. Met mijn hak geef ik met een moeilijke achterwaartse beweging de schuttingdeur een beheerst tikje waardoor deze dan langzaam in het slot zou moeten vallen. Alleen nu krijgt de wind vat op de deur en waait deze sneller dicht dan bedoeld en zit Ava opeens met haar vingertje klem tussen de deur en het fietszitje. Prompt begint Ava te huilen en grijpt naar haar vinger. Sem maakt het nog ietsje erger door flink overdreven in paniek te raken uit bezorgdheid om zijn zusje. Ik balanceer tussen irritatie en medeleven en stuur eerst Sem met zijn fiets naar de schuur alvorens me te bekommeren om de kleine meid en haar zere vinger. De schade valt mee, een schaafwondje, een beetje bloed en als er even later een pleister op zit is het al gauw goed.

Als we allemaal aan tafel zitten geeft Ava een ieder van ons ‘de middelvinger’ en toont ons trots haar pleister. Dat ziet er enorm grappig uit. Sem is geschokt, want iemand de middelvinger geven is best erg, maar hij vindt het dan ook wel weer grappig omdat Ava echt geen idee heeft wat het gebaar inhoudt. Ik prijs Ava dat ze zo’n stoere meid is met die mooie pleister.

Sem heeft ook wat stoers te vertellen. “Met de BSO zijn we naar één of andere dansschool geweest pap! En daar was echt niks aan!” Ava is het daar niet mee eens en geeft aan dat zij het wel heel leuk vond. “Jamaar jij bent een meisje Ava!” roept hij luid. “Jongens houden niet van dat soort suffe dingen!” Ava vertelt heel enthousiast hoe dat dansen nou precies ging en ze doet het zelfs nog even voor, nog steeds met haar middelvinger in de lucht. Sem kijkt vies en vertelt hoe hij en vriendje Stijn daar gewoon NIET aan mee hebben gedaan en daar op de bank zijn gaan zitten met een boekje. Dan opeens herinner ik me dat de juf nog had opgemerkt dat er foto’s waren gemaakt, dus ik open snel de facebookpagina van de BSO om te kijken of ik Ava nog in actie zie. Meteen proest ik het uit als ik op de allereerste foto mijn ‘stoere’ zoon in een prachtige danspose zie staan! Sem kijkt me argwanend aan en nog harder lachend draai ik het scherm zijn kant op.

Ik geef mijn stoere vent een knipoog en merk daarbij lachend op dat hij het ons echt wel mag vertellen als hij het stiekem toch heel leuk vond. Ava heeft door dat haar broer het onderwerp van enige spot is en gniffelt geniepig mee. Sem bekijkt de foto en ontwikkelt vervolgens een flinke blos en schiet meteen in de verdediging. 

“Pfffff, Jaaaa hoor.. dat was helemaal in het begin! Toen wist ik nog niet dat het stom was!


woensdag 21 januari 2015

Ondanks dat ze nog maar in groep twee zit is Ava al een tijdje heel druk met cijfers en letters. Op school hebben ze de lettermuur waarop wekelijks een nieuwe letter de aandacht krijgt, maar Ava wil meer.  Eerst wilde ze telkens weten welke letter ze nu weer aanwees, in een boekje, op een pak hagelslag, of op het computerscherm bijvoorbeeld. En na een tijdje begon ze de letters te combineren, herkende ze al woordjes en wilde ze zelfs lezen in de AVI boekjes die Sem in groep 3 las.  “Zullen we nog even lezen pap?” vraagt ze dan ook regelmatig. Eerst doen we het samen en daarna leest ze, nogal zelfingenomen, ons ook nog even voor en glundert als de zon als we haar vervolgens de hemel inprijzen voor haar knappe prestatie.

Als je weet welke letters je leest dan is schrijven de volgende logische stap, dus regelmatig worden we aangenaam verrast door een lief briefje met daarop een breed lachend poppetje, een aantal hartjes en in kleuter hanenpoten de tekst Lieve papa of lieve mama. Ze liggen door het hele huis, deze liefdesverklaringen. Op het nachtkastje, op de tafel, op de kast en de deur geplakt en zelfs een aantal op mijn kantoor op het werk. Allemaal even schattig en even lief en ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om er wat ‘op te ruimen’. Ik bewaar ze allemaal!

Als ik na een rondje hardlopen lichtelijk puffend en met een rood hoofd de achterdeur binnen wandel, zie ik  Nathalie op de bank hangen met een kop thee. Sem zit, zoals gewoonlijk, met zijn neus in zijn tablet naast zijn moeder. “Waar is Ava?” wil ik weten. Beiden vertellen me dat Ava naar boven is gestuurd omdat ze ruzie had gemaakt met haar grote broer en daarbij haar handen én voeten niet thuis heeft kunnen houden.

Hoofdschuddend wandel ik de trap op en besluit even bij de kleine heks te gaan kijken. Als ik bij haar deur sta, wit met haar naam in mooie grote roze/witte letters, én nu op slot, valt mijn oog op een afgescheurd briefje dat onder haar deur door is geschoven. In de verwachting iets liefs te zien staan pak ik het met grote een ‘achossie glimlach’ van de grond. Ik bijt op mijn onderlip als ik in plaats van een excuus of iets liefs, de woorden Rot Mama en Sem! zie staan. Met het briefje in mijn hand sprint ik even de badkamer in en barst daar in gegrinnik uit en pas als ik ben uitgelachen, wandel ik met een oefenboze blik haar kamertje in. “Hoi pap!” zegt ze poeslief, ondertussen de haartjes van haar Frozen barbie kammend. Ik zeg niets en toon haar het briefje. Met rode wangetjes kijkt ze opeens heel schuldbewust. “Ik was heel boos pap! Maar ik meende niet wat daar staat hoor!” “Ik bedoelde eigenlijk alleen Rot Sem!”. Aan mijn norse blik en opgetrokken wenkbrauw ziet ze al meteen dat ook dat niet helemaal de bedoeling is. Ze zucht theatraal in overgave.

“Okeeeee… Ik ga wel gauw een nieuw briefje schrijven. En nu schrijf ik dat ik ze lief vind, goed?

Ava vindt ook dat het boze briefje wel in de prullenbak kan. Ik geef aan dat ik het daar helemaal mee eens ben en nadat we hebben afgesproken dat ze zoiets nooit meer gaat doen, wandel ik haar kamer weer uit en laat Ava verder schrijven aan een lief briefje. 

Als ik bij de prullenbak sta, moet ik opeens weer lachen en besluit ook dit boze briefje bij mijn verzameling te doen. Volgens mij gaan we daar later nog heel hard om lachen.


vrijdag 16 januari 2015

Al jaren is de donderdag onze dag. De gehele dag leuke dingen doen en dan gezellig samen uitgebreid lunchen in het Apeldoorns Koffiehuys, waar we al jaren trouwe klant zijn. Ook nu Ava naar de kleuterschool gaat is deze lunch nog gewoon mogelijk, want op 'onze' school hebben de kleuters ook op de donderdag een korte dag. Zo kunnen we uit school nog steeds genieten van een high tea en elkaars gezelschap. Haar grote broer moet tot kwart voor drie naar school, dus na de lunch hebben we vaak nog wat tijd over voor een bezoekje aan wat winkels voordat we Sem weer op moeten halen. Ava mag altijd kiezen, dus het zijn doorgaans de drie grote speelgoedwinkels die een bezoek krijgen. In de winkel weten we inmiddels alles feilloos te vinden. Van de poppen en de Barbies gaan we doorgaans via de Ipads naar de prinsessenspullen. Ava is gek op prinsessen jurken, roze hakshoenen, toverstafjes, haarbandjes, rokjes en glitterdingen. Als het maar roze is en glinstert, is het al gauw prima. Vooral als het gedragen kan worden, moet er altijd even gepast en geposeerd worden en vandaag was dat niet anders.

Haar eigen laarsjes liggen ergens in een hoek gekwakt en koket en met een zekere arrogantie komt ze voorbij gewandeld op een paar knalroze hakschoenen. “Hoe vind je m’n prinsessenhakken pap?!” vraagt ze liefelijk. Zoals altijd zeg ik dat ze er prachtig uitziet en ook al krijg ik daar een prachtige lach voor terug, zie ik in haar oogjes toch ook wel iets van een ‘weet ik toch’ blik, en stiekem doet me dat wel goed. Ava wordt niet gehinderd door welke vorm van onzekerheid dan ook.  You go girl

Ik laat hare hoogheid nog even verder stappen en geef dan aan dat we zo weer naar school moeten. Op de valreep bedenk ik me dat ik nog even iets moet kopen bij The Big Bazar, een Action-achtige winkel waar ze van alles en nogwat verkopen. Ook daar is speelgoed, dus Ava wil wel mee. Gezellig kletsend lopen we de winkel in en Ava loopt in één streep naar het speelgoed en zet meteen een glitterhoed op. “Kijk eens!!”  roept ze blij. Ik steek lachend mijn duim op en loop in de richting van de stofzuigerzakken.  Als ik bij de stofzuigerzakken sta valt mijn blik even op de naughty corner. In deze hoek verkoopt men enigszins erotische feestartikelen. Geen ranzig spul hoor, maar schorten met een vrouwenlichaam in lingerie, dobbelstenen met erotische standjes, chocolaatjes in de vorm van piemels of een vrouwenlichaam, dat soort gekkigheid. Met Ava loop ik er altijd vlug langs en zo heeft ze gelukkig nooit enige interesse voor deze hoek gehad. Maar dan moet je wel blijven opletten!

Terwijl ik me met twee doosjes in mijn hand afvraag of we nou een Phillips of een Bosch stofzuiger hebben, komt Ava heel blij aangehuppeld. “Kijk pap! Ik ben een elfjesprinses!” In haar haartjes heeft ze een prachtig roze, wollige haarband met daarop als een soort van voelsprieten een paar grote verende piemels. Ik verslik me ter plaatse en mijn inwendige ikke rolt meteen hikkend van het lachen over de grond. Verschrikt kijk ik om me heen. Naast me proest een vrouw het ook uit en we wisselen even heimelijk een blik van verstandhouding uit.

Ik draai me om naar Ava en vertel haar dat ze er werkelijk prachtig uitziet, maar dat ze die haarband maar even terug moet leggen omdat we zo gaan. Ik krijg niet de gebruikelijke glimlach maar er wordt argwanend een wenkbrauw opgetrokken. Ze weet dat er iets niet pluis is maar kan daar haar vingertje niet helemaal opleggen. Terwijl ze wegloopt kijkt ze nog eens om. Als ze de hoek om is bescheur ik me echt even en als Ava weer terug is heb ik het ergste achter de rug. “Watisser?” wil ze weten.  “Dat schrijft papa wel een keer op voor als je wat groter bent.” geef ik aan.

Nou bij deze. ;)


Follow me on Twitter!