vrijdag 26 september 2014

Sinds enige tijd heeft de buurt last van een paar moordlustige marters. Daar kwamen we vorige maand op een wel heel lugubere wijze achter toen ik ‘s ochtends twee onthoofde kipjes in de ren aantrof.  Eén van deze twee deftige dames woonde al bijna 8 jaar bij ons en was heel tam, dus dat deed me toch wel wat om haar dikke lijfje daar zo stijf in de modder te zien liggen. Vlug, voordat de kinderen iets door hadden, heb ik de slachtoffertjes uit de ren verwijderd, drie overgebleven zusters hevig overstuur achterlatend, en ze met weinig ceremonie in de groene bak gekieperd. ‘Maar dan?’ Schiet er door mee heen. ‘Wat doe je aan zo’n probleem?’ ‘En hoe vertel je het de kinderen’ Er niet omheen draaien vind ik vaak wel de beste aanpak…

Met veel huilen en snikken op de achtergrond, overleg ik met mijn vrouw de strategie. Een luikje voor het nachthok en dan gewoon elke avond afsluiten. De buren wisten nog iets met hoog frequent geluid, maar daar hadden de katten dan ook weer last van, dus liever niet. Ik ben van mening dat zo’n luikje prima werkt en zo ga ik het maar aanpakken. Sem is nog steeds ontroostbaar en wil met  een dikke snotneus en knalrode ogen weten wat nou precies een marter is en waarom die zo gemeen is. Ava vindt het zielig voor het kippetje, maar meer ook niet en gaat weer met haar popjes spelen. Ik zoek op de computer enkele plaatjes op van een steenmarter en ik zie aan Sem dat het monster dat zich in zijn hoofd had gevormd, niet overeenkomt met het wollige beestje op de foto. Ava kijkt ook even mee. “Best schattig” vindt ze. Sem lijkt geen tranen meer te hebben en legt zich nu ook maar neer bij het feit dat ook marters moeten eten. Alleen niet meer bij ons!

Zo houden we trouw elke avond onze kipjes veilig door het luikje dicht te doen en ze ’s ochtends weer in vrijheid te stellen, alleen gisteren avond zijn we dat “even” vergeten. Terwijl we op het punt staan om naar school te fietsen (alweer!) merk ik op dat de kipjes hun watersilo hebben omgegooid. Meteen als ik dat zeg schiet er een schrikgevoel door mijn buik en wil ik nog tegen Sem zeggen dat hij even hier moet blijven. Zijn kreten van verdriet vertellen me dat ik daar iets te laat mee ben. Weer hebben de monsters toegeslagen en net als de vorige keer liggen daar twee van onze kipjes, nu zonder koppies, respectloos in de modder gekwakt.  Kut! Is wat ik denk, maar natuurlijk niet hardop zeg. Ik houd een ontroostbare Semmie vast en kijk ondertussen hoe Ava er aan toe is. Gefascineerd zie ik haar kijken naar het plaats delict. “Wow! Sem! Z’n Kop is er helemaal af!” roept ze enthousiast uit. Sem begint nog harder te huilen. “Ava bedankt…” En zo staan we daar dan een tijdje.

Ik kijk op mijn horloge.. “we moeten echt gaan jongens!” roep ik ietwat gestrest. Plechtig beloof ik de kipjes een mooie begrafenis te geven als ik weer thuis ben. Sem huilt de hele weg naar school afwisselend zachtjes en dan weer heel hard. Meerdere keren verklaart hij de oorlog aan een stel moordlustige marters en pas als we onderweg vriendinnetje Britt tegenkomen wordt hij wat rustiger omdat hij toch ook wel iets spannends te vertellen heeft.

Aan Ava’s juf vertel ik wat we zojuist gezien hebben. “Voor het geval ze er nog iets over zegt” geef ik aan. Toch lijkt ze weinig onder de indruk als ze de klas in wandelt, een leesboekje uit een kist pakt en op haar stoeltje gaat zitten kletsen met haar vriendinnetjes.

Ik fiets maar heel rustig terug naar huis. Op mijn vrije dag een plaats delict bekijken, een forensisch onderzoek uitvoeren én een begrafenis verzorgen is niet wat ik voor vandaag in de planning had… 


0 reacties:

Een reactie posten

Follow me on Twitter!