vrijdag 23 september 2016

“Ava is een echte Tomboy…” hoorde ik laatst iemand tegen me zeggen. In gedachten zag ik de stoere chick die mijn dochter soms kan zijn, dus ik knikte bevestigend. Later begreep ik dat een meisje die zich gedraagt volgens de geslachtsrol die normaal aan jongens wordt toegeschreven, de daadwerkelijke definitie is van een Tomboy. Dat is ze dan ook weer niet. Het is wel een meisje. Ava speelt graag met haar popjes. Ava is gek op haar Schleichpaardjes, houdt van mooie nageltjes, leuke haartjes,  van roze frutsels en draagt regelmatig een prinsessenjurk.

Dat ze met diezelfde prinsessenjurk, pikzwart en onder de viezigheid, zo ineens weer ergens in een boom hangt vind ik dan weer niet zo meisjesachtig maar wel heel grappig om te zien. Dat is die andere Ava. De Ava die onder  de schrammen, blauwe plekken en bulten zit. Ava die op de vuist gaat met haar grote broer. Die lekker luchtig haar schouders op kan halen voor dingen en niet bang is om haar handjes vies te maken.  Ohwja, en wheelies maakt met haar fiets!

Of zoals laatst.. toen ze aanbelde en vroeg om de schep. Trotse blik in haar oogjes. Een stuk of vier jongetjes op gepaste afstand in haar rug. Net toen ik wilde vragen waarom ze die schep nodig had, zag ik al waarom. In haar handjes een nogal dode duif zonder hoofd. “Die’s dood pap! Mag ik hem begraven?”  Prachtig!

Regelmatig vraag ik me hoofdschuddend af wat voor een vrouw dat later gaat worden. En daar waar je je als vader al vrij vroeg zorgen maakt om de mogelijkheid van al die puisterige pubertjes die later van alles van je dochter willen, heb ik voor mijzelf al besloten dat ik medelijden met die arme jongens heb. Deze dame weet wat ze wil! Maar goed, dat is voor later…

Al deze dingen schieten ook nu weer door mijn hoofd. Ik luister al enige tijd ademloos en vol ongeloof naar een indrukwekkende presentatie van één van de rechercheurs die heeft meegewerkt aan de Dutrouxzaak. Ik zie ook geen van mijn collega's tekenen van inkakken of verveling vertonen. Iedereen voelt dit wel hetzelfde denk ik. Ook op het gezicht van deze man is, zelfs na twintig jaar, nog steeds duidelijk te zien wat het met hem gedaan heeft. Enerzijds luister ik met een gevoel van beroepsmatige interesse naar alle tactische aanwijzingen en onderzoeksmethoden die uiteindelijk hebben geleid tot de arrestatie van deze psychopaat. Maar als vader van een dochtertje in de leeftijd van een tweetal slachtoffertjes geeft dit verhaal me een ontzettend naar gevoel in mijn buik.  Deze ouders hadden ook een dochtertje en een bepaalde toekomstvisie. En dan is er ineens geen later…

Later, daar kan van alles tussenkomen. Eerst is er nu en is er straks. En straks ga ik iemand heel hard knuffelen en extra lang voorlezen. Ach, misschien klimmen we ook nog wel even in een boom. Gewoon omdat het kan.


maandag 12 september 2016

Ik stuur Ava vast naar boven en zeg dat ik zo haar tandjes kom poetsen. Ook vraag ik of ze haar kleren alvast uit wil doen. Ik stop ondertussen de laatste glazen in de vaatwasser, haal een doekje over het aanrecht en zet water op voor de thee. Als ik de trap op loop zie ik dat de kamerdeur van Ava dicht is en op haar kamer is het heel stil. Als ik de deur open doe roept ze “hoi pap!” maar niet op haar gebruikelijk blije manier. Er is geen oogcontact, ze legt wat rommeltjes goed die al goed lagen en ze heeft nog steeds haar kleren aan. De meeste ouders krijgen nu die narigheidskriebel die aangeeft dat er iets niet in de haak is. Vorige week zat er nog grijze stuiterbal klei in de lakens. De week daarvoor zat er roze lippenbalsem in het kussensloop. Daarvoor was het… volgens mij de vlek op de muur? Ik weet het al niet eens meer. Ik kijk de kamer rond maar zie nog niets geks.  Ik vraag haar wat ze aan het doen is. “Ohw niks…” ze draait wat nerveus op de ballen van haar voetjes en kijkt in de richting van de kledingkast. Als  het deurtje van die kledingkast ineens open gaat en er een dikke rode, ietwat verwilderde, poes uit wandelt zet ze grote geschrokken ogen op. “Rakker! Wat doe jij daar nou weer?!” roept ze met overdreven veel verbazing. Ik doe mijn armen over elkaar. Ze lacht zenuwachtig en roept naar Sem dat Rakker zomaar in haar kast was gaan liggen.

Sem komt ook kijken en wordt meteen boos op zijn zusje. Hij weet ook al genoeg. Als hij haar vervolgens beschuldigt van het opsluiten van onze poes protesteert ze luid. Dat zou ze nooit doen bij Rakker. Ze zet nijdig haar handjes in haar zij en haar bruine oogjes spugen vuur. Ik spreek Sem semi vermanend toe en geef met een knipoog aan dat ik Ava daar absoluut niet voor aan zie. Poesjes kruipen nou immers heel graag in kasten om daar lekker te kunnen liggen. Ava kijkt alsof ze haar tong tegen haar broer wil gaan uitsteken. Ze denkt dat ze er mee weg gekomen is. Sem gelooft er nog steeds geen bal van. Ava wandelt haar kamer weer in.

“Toch knap van Rakker he?” zeg ik met een grote grijns tegen Sem.  Ava stopt in haar beweging en ik zie dat ze meeluistert.

Sem trekt vragend zijn wenkbrauw op en moet al lachen om mijn grijns.  “Nou, dat hij met zijn pootjes ook de kastdeur achter zich dicht kan trekken als hij lekker in Ava’s kast wil gaan slapen.”

Samen liggen we slap van het lachen. Ava gooit boos haar kamerdeur dicht.
Ik voel meteen weer schrijfkriebels voor een leuke blog voor in ons archief !

dinsdag 16 augustus 2016

Als Nathalie een klein spijkerrokje in de was wil doen voelt ze dat er nog iets in zit. In de achterzak treft ze een glazen flesje glimspul met daarop een prijsstickertje aan. Als Ava hiermee geconfronteerd wordt zet ze onschuldige ogen op en weet ze natuurlijk van niets. Sem weet echter te vertellen dat ze het in de winkel al in haar handjes had. Ava doet enorm verbaasd en begint te briesen. Daarna volgt er gezeur en een hoop ge-welles en nietus. Nathalie grijpt in en is boos. Ava begint te huilen. Als ze beneden ook nog een pittige confrontatie met papa aan moet, beseft ze de ernst van de situatie en is ze erg timide. Onze dochter heeft gestolen! Een crimineel! Aan tafel is ze verrassend stil voor haar doen en als we vertellen dat ze het flesje morgen zelf moet terugbrengen naar de winkel vindt ze dat niet heel leuk.

’s avonds vertelt ze dat ze het flesje zo mooi vond en dat ze het aan mama wilde laten zien, maar daarna vergeten was om het uit haar zak te halen. Haar puppy ogen zijn bijna overtuigend. Ik trek een wenkbrauw op en vertel dat de boeven tijdens papa’s werk ook wel eens beweren dat ‘iets’ zomaar ineens in hun zak zat, maar dat niemand dat dan echt gelooft.

De volgende dag is het moment van de waarheid. Ze durft niet, maar mama is onverbiddelijk. Met een knuffel in haar ene handje en het flesje in de ander schuifelt ze dan toch naar de kassa en vertelt wat er gebeurd is. De puppy ogen doen ook deze keer hun werk. Het valt mee. Opluchting trekt over haar gezicht als het achter de rug is. Als ik tijdens het eten vraag naar de afloop van het geheel, biecht ze op dat ze het doodeng vond. Helemaal uit zichzelf geeft ze ook toe nooit meer zoiets te willen meemaken. Doel bereikt!

Het opbiechten van haar criminele activiteit moet voor enige opluchting hebben gezorgd, want alsof ze dan ook maar meteen schoon schip wil maken bekent ze (met een ondeugende snuit) ook tussen neus en lippen door alle diefstallen uit de voorraadkast thuis. De paaseitjes, de kinderchocolade, de koekjes... “En die rooie snoepjes van jou pap! Die zijn het lekkerst!” “Die neem ik dan in mijn tas mee naar school om uit te delen!”   

Aan mijn gezicht ziet ze al dat ze daar voor deze keer mee wegkomt...


donderdag 2 juni 2016

Voordat ik ‘s ochtends naar beneden sjok zet ik altijd eerst de deuren van de kinderen open. Dan kunnen ze rustig wakker worden terwijl ik me op de automatische piloot bezig houd met koffie, drinken, broodbakjes, fruit en beschuitjes. Pas na de eerste slokken koffie heb ik het gevoel een beetje wakker te zijn. Dan hoor ik de eerste voorzichtige voetstapjes op de trap. Ava is als eerste beneden gevolgd door haar grote broer.

Er is iets.. dat merk ik meteen. Ava kijkt sip. Een muf net-wakker-kind, met een slaapjurkje, slaapoogjes, slaaphaar en een traanrandje in haar grote bruine ogen. Ik vraag wat er is en ze steekt meteen haar haar armpjes naar me uit, voor ouders het universele gebaar dat zegt: 'wil je me optillen en vasthouden'.  Als ik haar vastpak barst ze in onbedaarlijk snikken uit op mijn schouder. Ik wil nors in de richting van Sem kijken, want ‘hij zal wel weer…’ , maar Sem lijkt net zo verbaasd als ik en haalt vragend zijn schouders op.  Ik wrijf over haar rug en laat haar even gaan. Als ze weer een beetje rustig is vraag ik nogmaals wat er loos is. En terwijl ze naar me opkijkt met ogen vol tranen zie ik dat er het nog lang niet voorbij is. Ook Sem kijkt zorgelijk. "Wat is er toch aan de hand meis?" vraag ik bezorgd.

... “Juf de Boer gaat met pensioen!”


zondag 31 januari 2016

Ondanks dat Sem nog maar in groep 7 zit, wilde hij toch alvast wat open dagen van het voorgezet onderwijs bezoeken. Na slechts twee scholen is hij er al uit welke het wordt. Gewoon een gevoelskwestie. Er was een klik. Prima toch? Vanaf dat moment houdt het hem bezig en wordt er in huis en ook op school veel over gesproken. Sommige klasgenootjes zijn er ook al uit en gaan straks naar dezelfde school. Sommigen maken weer andere keuzes. Zo gaat dat in het leven.  En ook al was het voor hem zo klaar als een klontje, Sem is toch heel nieuwsgierig naar de achterliggende gedachten van de keuzes van die anderen.  “Waarom zou *** voor die school kiezen Pap?” “Dat is toch helemaal niet handig?” Ik geef aan dat hij toch zelf ook een keuze op basis van zijn gevoel heeft gemaakt. Hij antwoordt met een schouderophalen waarmee hij me een soort van gelijk geeft.  

Dan schrikt hij op. “Ohw pap!!”  “### Gaat naar de Fructies school of zoiets, en daar moet je de hele dag in de bijbel lezen en meisjes mogen daar niet eens een broek aan!” Hij zet grote ogen op. Ik leg hem uit dat hij vast de Jacobus Fruytierschool bedoelt en dat ze daar inderdaad behoorlijk streng met religie bezig zijn. “Jamaar dat is toch stom?” vindt hij. “Waarom zou een jong iemand voor ZO’N school kiezen?” Hij rolt theatraal met zijn ogen. Ik moet lachen om zijn verontwaardiging.

Ik leg uit dat mensen die zo streng in de bijbel geloven hun kinderen juist naar zo’n school sturen en dat die kinderen hierin soms weinig te kiezen hebben. Dat vindt hij helemaal het toppunt. “pffff!” briest hij. “Dus als je ouders zo streng gelovig zijn, dan ben je gewoon de sjaak?!” “Dan moet je gewoon naar ZO’N school?” Ik knik slechts en hij rolt weer met zijn ogen. “Jamaar als je ouders zeggen wat je moet geloven, hoe kun je dan zeker weten of het allemaal wel echt zo zit?” Hier moet ik om gniffelen. Niet omdat ik het zo grappig vind, maar meer omdat hij voor mij hiermee de spijker op zijn kop slaat.

“Kijk..” (hij kijkt heel serieus nu) “Je weet eerst nog van niks. Je ouders vertellen je dan wat je moet geloven, je opa en oma waarschijnlijk ook. Ze nemen je mee naar een kerk waar ze je vertellen hoe het zit, sturen je naar een school waar iedereen zo denkt. Iedereen om je heen denkt zo. Hoe kun je dan uiteindelijk iets anders gaan geloven?” Ik geef deze discussie een extra prikkel door hem te vragen waarom mensen dan iets anders zouden moeten geloven. “Ja dat hoeven ze niet als ze dat niet willen…” hij denkt even na. “Maar ze zouden gewoon zelf een keuze moeten kunnen maken tussen alle verschillende soorten van geloven.” “Jullie laten mij toch ook gewoon kiezen wat ik wil geloven en naar welke school ik mag?”

Nu moet ik hardop lachen, want in zijn onbevangen, kinderlijke eerlijkheid zegt mijn tien jarige zoon hier iets heel slims en iets heel belangrijks. Ik geef hem een vriendschappelijke mep op zijn schouder.

Goed zo Sem! Durf te onderzoeken. Durf kritisch te zijn en niet zomaar alles voor waarheid aan te nemen. Als je buiten hokjes wil denken hoef je je alleen maar te realiseren dat er helemaal geen hokjes zijn... ;)


zondag 3 januari 2016

Als na wat nattig gemiezer voorzichtig een klein zonnetje doorbreekt en de wolken wegtrekken, stelt Nathalie voor om wat gezelligs te gaan doen. Gisteren hadden we al besloten om naar de winter in het openluchtmuseum te gaan als het weer dit zou toelaten, en dat moment was ineens aangebroken. Sem hangt onderuitgezakt op de bank met een afstandsbediening in zijn hand en kijkt alsof hij in iets smerigs gebeten heeft. Hij slaakt een diepe, verveelde, pre-puberale zucht. Nathalie’s enthousiasme werkt wel aanstekelijk op Ava, want die is wel te porren voor een uitje. Als we vertellen dat je bij het openluchtmuseum nu ook kunt schaatsen beginnen haar oogjes te glunderen. Sem geeft aan dat je bij Paleis het Loo ook kunt schaatsen. “En dat is veel dichter bij hoor…” voegt hij daar aan toe. Als we vertellen dat we daar ook een rondje in de oude tram gaan rijden, dat je van een hoge helling kunt sleeën en dat we ook nog warme chocomel met een koek nemen, komt ook Sem in beweging.

In de auto begint het geklier al voordat we op de snelweg zijn. Ava wil haar kleurplaat afmaken, maar laat die nou toevallig net in Sems oude kleurboek zitten. Bij de vierde “Nouhou Sem geef hier!” gevolgd door een “Nee, het is mijn kleurboek!” zucht ik veelbetekenend en kijk ik Nathalie aan. Nathalie rolt met haar ogen en maakt een gebaar van ‘laat ze maar lekker even zeuren hoor’. Als het me lang genoeg geïrriteerd heeft vraag ik waarom ze nou zo moeten zeuren om een stom stuk papier en mopper ik dat Sem niet zo moet zeuren om een kleurboek dat al drie jaar in de auto ligt. Daar is Ava het beslist niet mee eens. “Dat is geen stom papier hoor! Dat is mijn tekening!” "Ja, in mijn kleurboek!" vult Sem aan. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik hoe Sem er een sadistisch genoegen in schept om het kleurboek telkens net buiten het bereik van haar handjes te houden en dat Ava steeds nijdiger begint te kijken. Net als ik wil roepen dat ze nu echt op moeten houden, hoor ik Sem een ijselijke kreet slaken. “Aaaauw! Ava trekt aan mijn haar!” In mijn achteruitkijkspiegel zie ik dat Ava niet zomaar een ruk aan zijn haar geeft, maar met een verbeten trek om haar mondje, met haar volle gewicht aan een pluk van Sems haar hangt. Haar veiligheidsgordel staat er zelfs van op spanning, zoveel kracht wordt uitgeoefend. Sem gilt als een speenvarken terwijl zijn hoofd door zijn kleine zusje helemaal naar links getrokken wordt. Inwendig lig ik dubbel om dit staaltje wraakzuchtige wreedheid van mijn 6 jarige dochter, maar natuurlijk grijp ik in. Na een stemverheffing is in een mum van tijd de orde hersteld en grijpt Sem zuur kijkend naar zijn hoofd en grijpt Ava naar het kleurboek met een zelfvoldane blik. Na drie potloodstrepen is ze alweer klaar met kleuren en wil ze een papieren vliegtuigje maken. Dat lukt haar niet goed en zomaar ineens biedt Sem heel lief aan om haar te helpen, want hij is daar heel goed in. Ik steek mijn duim omhoog naar Sem. Samen maken broer en zus vervolgens een papieren vliegtuigje van de kleurplaat waar ze nog geen 5 minuten geleden slaande ruzie over hadden. Sem toont vol ijver zijn aerodynamische origami skills, Ava complimenteert hem met een bijzonder mooi papieren vliegtuig en zomaar ineens is het weer gezellig in de auto. 

Ik moet inwendig nog steeds lachen om die venijnige represaille van mijn dochter. Dat is vast aan me te zien, want Nathalie vraagt wat er zo grappig is. Samen hebben we nog meer lol als ik (in het Engels) de reden van mijn binnenpretje uitleg en aangeef daar maar weer eens wat over te bloggen vanavond.


zondag 27 december 2015

Als ik onder de kerstmaaltijd een persoonlijke anekdote uit een ver verleden vertel, onderbreekt Ava me midden in mijn verhaal met een grote grijns en een verbaasd gezichtje. 
"Huh? heette jij vroeger dan ook al Allard?"

Als ik instemmend knik begint ze heel hard te lachen... "Wie noemt zijn kind nou Allard?" 

Ik doe mijn armen over elkaar en trek een semi-gekwetste blik. 
Ava steekt verzoenend haar handjes omhoog. "Het is een heel mooie naam voor iemand van jouw leeftijd hoor pap! maar toch niet voor een klein kindje ? ..." 

en bedankt.. ;)


maandag 21 september 2015

Deze week is het weer de week tegen Pesten zag ik vanmorgen. Ieder jaar wordt aan het begin van het schooljaar weer extra aandacht besteed aan dit onderwerp en dat is goed! Pesten is en blijft jammer genoeg namelijk altijd actueel. Iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad. Is het niet als dader of als slachtoffer, dan heb je vast wel eens van dichtbij meegemaakt dat iemand anders pestgedrag moest ondergaan. Al dan niet grappig bedoeld, maar zeker niet als zodanig ontvangen. Want dát is het in essentie; De ontvanger van het gedrag bepaalt of je over zijn of haar grens gaat, niet de verzender! En ook al is het heel kinderachtig, pesten beperkt zich echt niet alleen tot het schoolplein. In mijn neventaak als vertrouwenspersoon maak ik zelf ook regelmatig mee wat pesten met volwassen mensen doet én dat de gevolgen daarvan soms niet misselijk zijn. Dagelijks ervaren ongeveer een half miljoen Nederlanders enige vorm van pestgedrag en slepen zich met het lood in de schoenen naar hun werk.

Ook bij Sem op school wordt wel eens gepest. Heel soms vang ik tijdens het avondeten zaken op die zich in de klas af spelen die onder de noemer pesten vallen. Er is één jongetje dat ooit eens betrapt is op het eten van zijn eigen neustrofeeën en die moet dat nu de hele dag horen. “Iedereen vindt hem nu vies pap! En dat is best sneu.” Ik merk aan hem dat hij een soort innerlijke tweestrijd voert, enerzijds tegen het onrechtvaardige, anderzijds vindt hij snot eten walgelijk. Ook zijn er in groep 7 al kinderen met een smartphone en bijbehorend Whatsapp account waardoor voorzichtig de eerste tekenen van cyberpesten ontstaan in de vorm van digitale beledigingen, scheldpartijen en het buitensluiten uit groepsappjes. “Laatst nog pap! Toen zei *** tegen *** dat hij haar een irritant wijf vond op Whatsapp!” vertelt hij dan met grote ogen en enigszins rode wangetjes. De ene keer vindt Sem er wat van, de andere keer gaat het allemaal langs hem heen en haalt hij zijn schouders er voor op.

Sem is volgens mij een te grote lieverd om een echte pester te zijn. (Ik kan er natuurlijk compleet naast zitten, maar dat hoopt iedere ouder van zijn kind) Ook is het geen jongetje dat snel gepest wordt. “Maar…” vroeg ik hem laatst, “grijp jij wel eens in als anderen gepest worden?” Want dat is vaak wel een heel lastige. Voor omstanders blijkt het toch heel moeilijk om in te grijpen terwijl ze dit vaak wel willen, maar uit angst om zelf gepest (of erger) te worden na laten om te doen. Terwijl toch is gebleken dat niet wegkijken maar aanspreken wel het meest effectief is om pestgedrag aan te pakken.  Ik zie hem nadenken. “Soms wel.. als ik het gemeen of zielig vind.” Hij glimlacht als ik aangeef dat ik dat goed van hem vind. “Hebben jullie het er in de klas ook al over gehad?” wil ik weten. Hij kijkt even op van zijn computerscherm en schudt zijn hoofd. “Vorig jaar met de juf eventjes.. maar dat helpt toch niet echt. Er zijn altijd kinderen die blijven pesten pap!”

Als ik dan vanmiddag zie dat de film Spijt! op Zapp wordt uitgezonden, speciaal voor de week tegen pesten, vraag ik Sem via de telefoon of hij die voor me wil opnemen. “Wat is dat voor een film dan?!” wil hij weten. Als je tegen een tienjarige zegt dat hij die film moet kijken omdat die zo indrukwekkend is, dan wordt zijn interesse niet gewekt, dus zeg ik dat hij die film alleen mag kijken als hij denkt dat hij het aankan om een enorm zielige film over pesten op school te kijken. Dat werkt. “Ik neem hem op pap! En ik kijk hem ook wel even.. Doei!”  Nog voordat ik hem kan bedanken drukt hij de telefoon al weer uit.

Als ik uit mijn werk kom zit hij op de bank, doodstil, met grote ogen. De film is net afgelopen. “Indrukwekkend he?!” vraag ik hem terwijl ik naast hem ga zitten en hem op zijn knie klop. Hij slikt een paar keer en knikt instemmend, niet in staat om enig geluid te produceren. Ik klop hem nog een keer op zijn knie en gun hem even een momentje.

Even later komt er een gesprek op gang en gaat het heel even alleen nog maar daar over. Het heeft behoorlijk wat indruk gemaakt. Mijn doel is bereikt. Elke klas zou die film gewoon eens moeten bekijken. Over pesten praten helpt. Ook een pest protocol helpt. Maar het voorkomt pesten niet. Soms moet je iets zien, iets ervaren, iets voelen, om te weten wat het met een ander doet. De film Spijt! doet dat met je. Het maakt je enorm bewust van wat pesten kan doen. Het maakt je ook (pijnlijk)  bewust van de rol die je soms kunt hebben in een groep.

Want wat doe je nu een volgende keer?



vrijdag 5 juni 2015

Sem draalt een beetje om me heen. Meestal volgt er dan een vraagstuk, een probleem  of een lastig dilemma.  Deze omvatte ze alle drie wel zo’n beetje.  “Pap! Geesten oproepen, is dat gevaarlijk?”
Sem vraagt nooit iets zomaar, dus ik heb al een idee welke kant dit op gaat en besluit het maar meteen op de spits te drijven.  Ik veins een schrikreactie, kijk hem met grote ogen aan en zeg dat het oproepen van geesten iets is wat hij echt nooit moet doen omdat dit extreem gevaarlijk kan zijn. Ook Nathalie doet een duit in het zakje en geeft aan dat dit heel stom is om te doen! Tegenover me kijkt iemand net zo geschrokken (maar dan oprecht) terug. “Wat kan er gebeuren dan?” Zijn ogen zijn nu groter dan de mijne. Ik vertel hem van een waargebeurd verhaal dat ik ooit eens heb gelezen, over Marion, een meisje van 15 dat had geëxperimenteerd met het oproepen van geesten en een bijzonder gemeen exemplaar opriep die haar tegen haar wil allerhande dingen liet doen. “Wat voor dingen dan?” Hij komt iets dichter bij me staan. Ik vertel hem dat dit meisje zichzelf dingen aandeed, zoals in haar eigen pols knippen, en dat die geest haar dit liet doen. Sem kijkt nu lichtelijk panisch.

Als ik hem vraag waarom hij dat eigenlijk wil weten komt het hoge woord eruit. “Britt en ik hebben vandaag op school de Charlie Challenge gedaan pap!” Ik trek mijn wenkbrauw vragend op. “Dat is hetzelfde als geesten oproepen! Met twee potloden…” Ik kijk hem geschrokken aan en doe een grote stap bij hem vandaan. Ik heb hem volgens mij nu redelijk op de kast. “Wat kan er nu gebeuren?” wil hij met grote ogen weten en stapt weer naar me toe. Snel zoek ik op youtube de trailer van The Exorcist op en draai de computer zijn kant op. Dat heeft zijn uitwerking. Al na enkele seconden kijkt hij verschrikt weg en daarna volgt een vragenvuur van zeker een uur lang over geesten, bezetenheid en de gevaren van geesten oproepen. Als ik hem uiteindelijk vraag of hij zich nog wel goed voelt, twijfelt hij even een moment. “Ja, volgens mij wel…” Hij kijkt me aan alsof hij vragen wil of ik dan niets geks zie. Ik vertel hem dat ik denk dat hij deze keer geluk heeft gehad. Opluchting trekt over zijn gezicht.

Of het opvoedkundig helemaal juist was gok ik niet, maar iets zegt me dat dit voorlopig wél zijn laatste  Charlie Challenge was..  Doel bereikt toch? ;)

StatCounter

Follow me on Twitter!