donderdag 6 februari 2014

Met een grote rugtas komt ze lachend de klas uit gehuppeld. “Pap ik wil niet naar het Koffiehuys maar naar de V&D!” Mevrouw had opeens zin in een broodje tonijnsalade en een vers sapje. Gezellig babbelend zitten we dan al gauw samen voor het raam te genieten van ons eten. De mensen om ons heen glimlachen om haar kinderlijke zorgeloosheid en levensvreugde en vooral om haar vragenvuur over alles wat ze buiten ziet. Opeens zie ik haar grote bruine ogen nog groter worden. “Pap! Dat meisje heeft een spijker door haar neus!!” Ik kijk voorzichtig om en zie een nogal alternatief gekleed meisje met een flinke zilveren ring door haar neus een blosje ontwikkelen. Ava blijft staren vraagt zich hardop af of zoiets pijn doet en waarom ze zwarte nagellak heeft. Ik zie dat de net nog glimlachende mensen nu het onderwerp van Ava’s aandacht allemaal even bekijken en daarbij erg hun best doen om het niet uit te proesten. Lijkt me toch dat je met zo’n joekel van een ding in je neus wel gewend moet zijn aan de nodige aandacht en misschien juist om die reden zo’n sieraad laat aanbrengen, maar ik zie dat ze met veel aandacht voor haar salade een beetje voorover gaat hangen. Als ik Ava vertel dat zoiets een neusbel heet, komt ze niet meer bij. Ons publiek gniffelt mee. Stiekem heb ik ineens een beetje medelijden met de neusbeldame…

0 reacties:

Een reactie posten

Follow me on Twitter!