dinsdag 17 maart 2020

Als je Ava niet opdraagt dat ze wat drinkt, dan gebeurt het gewoon niet. Het is geen onwil, maar deze bezige bij is vaak veel te druk met andere dingen. Het gebruikelijke koekje uit school wordt echter nooit vergeten en een uur na het avondeten heeft ze standaard weer ‘honger’. Maar zelden hoor ik haar opmerken dat ze dorstig is. Zorgen dat Ava drinkt is gewoon iets wat we extra in de gaten moeten houden. En met nadruk op extra, want een glaasje inschenken lukt wel, maar het daadwerkelijk leegdrinken wordt meestal vergeten. Als je haar dan weer eens semi-boos moet opdragen om NU te drinken, roept ze heel verbolgen dat ze al drie glazen drinken heeft gehad. Als je haar dan wijst op drie halfvolle bekers her en der door het huis, dan moppert ze wat en drinkt ze gauw een glas leeg om vervolgens weer verder te kunnen gaan met wat ze aan het doen was. Stiekem moet ik er altijd wel om lachen. Vanmorgen alleen niet zo.

Al bijna twee uur staat er een groot glas melk onaangeroerd op de tafel. Al een paar keer vroeg ik of ze al gedronken had. Van achter een telefoon hoorde ik dan iets in de zin van “Ja zo!”. Als ze vervolgens op haar kamer wil gaan spelen houd ik voet bij stuk. “Eerst drinken, dan spelen!” Mopperend pakt ze het glas op en ik zie het haar zo in de gootsteen leeg gieten. Melk waar ik drie winkels voor heb moeten afkleppen en waarvan er nog maar 1 in de koeling stond! Ik trek meteen wit weg, één ooglid begint te trillen en in gedachten zie ik beelden van een Nederlandse supermarkt waar Corona-hamsteraars vechtend over de grond rollen om het laatste pak melk, afgewisseld met het leeggieten van een groot glas melk in onze gootsteen. Vroeger zeiden m'n ouders dat je geen eten en drinken zomaar moest weggooien, omdat de kindjes in Afrika niets hadden. En wij nu hier dan? Geen pak melk meer in de supermarkt te vinden! 

Ze ziet aan mijn gezicht dat ze nu iets deed wat niet zo heel handig was. Als ik opsta en vraag wat haar in hemelsnaam bezielt, schiet ze meteen in de verdediging. “jamaar Moonie had er uit gedronken pap!!” Tja, dat zou ik ook doen als ik een kat was en daar al twee uur lang een glas melk stond waar niemand zich druk om maakt. 

Ava mag straks lekker op haar fietsje kijken of er nog ergens een pak melk te krijgen is. Leert ze van en dan heeft ze meteen wat te doen. Bidon water mee voor onderweg. 😉



zaterdag 2 november 2019


Vriendjes en vriendinnetjes mogen altijd bij ons blijven eten. Er is echter één regel. Je eet wat wij eten! Ik ga geen tosti maken omdat je iets niet lust, dan heb je gewoon pech. Met die instelling hebben wij onze kinderen ook opgevoed, met als resultaat dat we nu in elk deel van de wereld zonder gezeur in een restaurant kunnen gaan zitten. Deze regel leverde in het verleden nog wel eens grappige tafelmomenten op, maar inmiddels is het kaf van het koren gescheiden en weet de vaste vriendenkring wel wat ze kunnen verwachten. In elk geval weinig Hollandse kost. 

Vandaag speelt Lenthe met Ava. Nadat ik de dames wat hoor smoezen, komen ze samen de keuken in gewandeld, waar ik driftig op wat groente sta te hakken. “Pap, mag Lenthe blijven eten?” Lenthe, van het type ‘wat de boer niet kent’, is nogal kieskeurig en lust niet alles, maar is al over menige grens gegaan terwijl ze bij ons aan tafel zat. Soms met veel smaak een maaltijd etend, maar ook wel eens met lange tanden. Maar ze probeert het altijd en daar heb ik respect voor.

Lenthe mag natuurlijk ook vandaag blijven eten, maar strekt wel haar nek even uit om te zien wat de pot schaft. Ze herkent veel dingen niet, maar wel de sperzieboontjes, knoflook en uitjes. Een gekookt eitje gaat er ook nog wel in. Als ik haar vertel dat we Soto Ajam soep eten zie ik grote vraagtekens in haar ogen. Ava stelt haar gerust door te vertellen dat deze soep heel lekker is, maar wel een beetje pittig. En dat kun je prima oplossen met een slokje water bij het eten.

Aan tafel heeft Lenthe na een paar happen soep al hoogrode wangen en een opvallend glimmend voorhoofd. Ze neemt kleine hapjes en na iedere hap een slok water. Aan alles is te merken dat ze het veel te pittig vindt, maar ze houdt zich groot en blijft toch door eten. Op karakter zeggen we bij defensie. Als ik vraag of ze niet liever een cup-a-soupje tomaat wil zie ik opluchting in haar ogen. In Ava’s ogen zie ik wat verbazing.

Ach, Sommige regels kun je een beetje buigen zonder ze te breken toch?

zondag 22 september 2019

Onderweg naar een hockeywedstrijd in Zwolle luister ik een beetje naar de muziek en krijg ik flarden mee van het gesprek tussen Sem en maatje Tijn. Over de wedstrijd die ze met te weinig mensen moeten gaan spelen en over het feestje waar ze de avond daarvoor samen waren. Ze praten enthousiast en ik word soms in het gesprek betrokken. Dan zegt Sem wat dingen die ik niet helemaal begrijp. Als ik mijn wenkbrauw optrek in de spiegel, moet hij lachen. “Dat is straattaal pap!”

Straattaal… Ik krijg flashbacks van the Fresh Prince of Bell Air. Dat is al weer even geleden. En Waynes World. Ook alweer uit 1992. Daar kwam onze straattaal vandaan. Uit films. Geboren en getogen op de straten van Southside Apeldoorn pikte je wel eens wat Turkse woordjes mee, of wat Bargoens van de woonwagen- of kermisjongens, maar daar bleef het ook bij. Het Algemeen Cool Nederlands van tegenwoordig beheers ik niet echt en dat maakt dat ik me een klein beetje oud voel.

Sem heeft dat uiteraard door een plaagt me door met nog meer van dat soort Suri-Antiliaanse woorden te smijten en de meeste lidwoorden te vervangen door 'deze'.. Hij lacht en houdt zijn vingers in vreemd krampachtige posities terwijl hij met een accentje die woorden blijft uitspreken. Maatje Tijn grinnikt mee.

De situatie irriteert me nu. Ik snap ook dat het een fase is, het horen bij iets, een bepaald groepsproces, maar toch. Keurige blonde hockeyboy die ineens gaat praten als een bontkraagje om zijn vader voor paal te zetten, dat gaan we niet doen!  Na weer een opmerking sla ik snoeihard terug.

Ik fake zijn straataccentje en vraag wat hij nou stoer doet met z’n straattaal. Sem lacht en sputtert nog wat tegen met een zelfde accentje, maar ik dender door.“Straat? Gast, je komt uit Apeldoorn… Niet uit de Bijlmer!” “Kijk jou zitten met je hockeykleren en je blonde haren!” Neppe Gangster!” “Straattaal tsssss… op welke straat heb jij deze geleerd dan? Het schoolplein van het Lyceum?” “De enige straat die jij ooit ziet is die op je telefoonscherm als je in de hoek van de bank hangt”. "Beetje straattaal van Youtube afkijken... tssss".

Tijn heeft lol.
Sem haat me nu.





zondag 7 april 2019


Als het bijna 22:00 uur is vind ik het wel genoeg geweest. Ik was een uur geleden eigenlijk al klaar met dat gehang van die lange puber in de hoek van de bank, maar goed, hij is al 14 hè. In de ene hand een afstandsbediening, in de andere een mobiele telefoon. Gezellige gesprekken worden er niet gevoerd. Alles in zijn wereld speelt zich op dit moment af op twee schermen. Hoort er bij zeggen ze.


Als ik hem mededeel dat hij zo z’n tanden mag gaan poetsen, begint hij meteen te protesteren, compleet met diepe zuchten en rollende ogen. Ik geef hem mijn strenge blik en trek een wenkbrauw op.  Hij kijkt nu smekend en waagt nog één poging. “Jamaar pap, de klok is een uur vooruit gegaan!” “Dus eigenlijk is het pas 21:00 uur!” Hij doet z’n armen over elkaar en geeft me een ondeugende grijns.

Ik schenk hem exact de zelfde grijns. “Ohw, in dat geval gaat de wekker morgen dus ook een uur eerder!”.  Zijn gezicht betrekt een beetje. “Dan heb je die slaap keihard nodig, dus dan zou ik maar gauw gaan slapen!” “Welterusten Sem!”

#Payback  #Nietvoorééngattevangen.  #Puberlife



dinsdag 12 maart 2019


Ze zijn al hartsvriendinnen vanaf de allereerste dag in groep 1. “Pap! Dit is Anna!” Ik hoor het haar zo weer zeggen. Twee piepkleine hummels, hand in hand. Duo Penotti, zeggen we altijd voor de grap. Ava met haar donkere haar en ditto oogjes, Anna hoogblond met blauwe kijkers.  Elke dag zien ze elkaar op school, maar het liefst zien ze elkaar na school ook nog elke dag en ze vervelen zich nooit. Ook vandaag is Anna er weer. Ze zijn de hele middag buiten geweest, maar komen dan ineens naar binnen om een tekening te maken. Met rooie wangetjes zitten ze, met hun jas nog aan, driftig te kleuren en zachtjes te smoezen. Als ik een wenkbrauw optrek beginnen ze te lachen. “Niet zeggen hoor An!”  Als ik langsloop zie ik twee mooie tekeningen. Bovenaan beide kunstwerken staat het woord SORRY gekrast. Ik begin ook te grijnzen. “Wie hebben jullie dan boos gemaakt?” wil ik met een lach weten. Ava kijkt ondeugend, Anna een beetje schuldbewust.

“Ok pap, niet boos worden, maar we hebben belletje geleld!”  
Aan mijn gezicht ziet ze al dat ze daar mee wegkomen en samen moeten we even lachen.  Ik vertel dat ik dit vroeger ook wel heel grappig vond en dát vinden ze mooi hoor! “Maar voor wie is die tekening dan?” vraag ik nu wel heel nieuwsgierig. Beide gezichtjes betrekken een beetje.

Nou we zagen een heeeel oud opaatje de deur open doen en dat vonden we zielig!” Ik kan zien dat ze er oprecht spijt van hebben. “Anna vond het vooral zielig omdat hij zo langzaam naar de deur liep.” Ava knikt instemmend. Ik vertel de meiden dat ik dat heel lief van ze vind en dat deze meneer misschien best nog wel kan lachen om dat grapje als hij die mooie tekeningen ziet. Dat lucht iets op. Al gauw zie ik Duo Penotti weer weghuppelen met hun tekeningen.

Niet veel later doe ik de deur open omdat er wordt aangebeld. Natuurlijk staat daar niemand…

donderdag 27 juli 2017

“En jullie gedragen je niet als Nederlandse Kinderen he?!”
Een opmerking die ik in het verleden vaak heb gemaakt voordat we in Frankrijk een restaurant of een supermarkt binnenliepen. Nu is dat niet meer nodig. Nu kijken onze kinderen ons aan met rollende ogen als er weer eens een kind loopt te krijsen tijdens het shoppen, of continue rondjes om je tafel rent als je ergens lekker zit te eten. Onopgevoede Nederlandse rotkinderen, standaard gewend om als prinsjes of prinsesjes behandeld te worden. Strontvervelend omdat ze hier niet vermaakt worden met een kleurplaat of een Ipad in het restaurant. Ontzettend irritant! Maar we hebben stiekem ook wel een hoop lol om wat wij inmiddels de Franse supermarkt safari zijn gaan noemen. Zachtjes pratend, zodat ze je afkomst niet horen, en dan gewoon observeren en genieten! ;)

Drie keer raden uit welk land die komen…” vraagt Sem zachtjes als er een hoogblond kind met een shirtje van een voetbalclub loopt te krijsen om een zak snoep.  Zijn moeder vraagt al zeker drie keer heel lief of hij alsjeblieft op wil houden. Sem gniffelt me veelbetekenend toe alsof hij wil zeggen "zei het toch?!". In gangpad drie hoor ik het rotkind nog steeds krijsen. Twee andere kinderen rennen me voorbij, hun tweede rondje al. Ze lachen en hijgen. “Nouhou! Niet doen!” krijst de één terwijl de ander hem bij zijn shirt vasthoudt omdat hij net iets sneller loopt. In gedachten glimlach ik in mijzelf omdat ik al had voorspeld welke taal deze kinderen zouden spreken. Ik moet sterk een impuls onderdrukken om ze niet te laten struikelen. 

Ergens hoor ik een kerel met een 'vlugge Japie accent' heel luid vragen of ze nog 'moeslie' nodig hebben. Het antwoord is nog luider. Ik ga een gangpad verder, mij afvragend wat moeslie is, en zoek samen met Ava een lekker Frans kaasje uit. Het rotkind hoor ik nog steeds krijsen, het geluid lijkt dichterbij te komen. Naast mij vraagt een moeder afwezig of Rutger het winkelwagentje wil laten staan. Rutger, een jaar of 7, toevallig ook weer met een voetbalshirtje en een dom dik boerenhoofd, doet of hij niets hoort en duwt het karretje nog iets verder. Zijn kleine broertje, die in het zitje zit, begint te zeuren. Moeders zit gehurkt voor de ontbijtkorrels en zucht eens diep. “Ik zei niet doen Rutger!” Het toontje is bijna smekend en weinig autoritair. Een vader met een bril en bruine sandalen staat gedwee te wachten tot zijn vrouw een keuze heeft gemaakt en zegt niks. Rutger is niet onder de indruk en waagt nog een poging door het karretje een laatste zwieper te geven. Zijn broertje zet het op een brullen. In gedachten schud ik Rutgertje eens even heerlijk door elkaar. Ava moet lachen om mijn blik die boekdelen spreekt. Ik kijk ondeugend en fluister Ava in haar oor dat Rutger een oor zo groot als een pannenkoek zou hebben als dat mijn kind was! Ze proest het keihard uit en ik kan niet anders dan meelachen. Vaders staart ons appelig aan. “Bonjour!” zegt Ava vrolijk. Ik kijk  nog even een keer heel vals naar Rutger.

Als we bij de kassa staan zie ik het krijskind van daarstraks. Knalrode ogen, bezweet, overal snot en tranen, maar nu met blije bakkes én een nieuw waterpistool in zijn knuistjes. Naast me in de kassarij hoor ik "Euh, ken aai pin heer?" Als ik mijn hoofd omdraai zie ik een forse blonde dame met een kar vol vakantievoer. De kassajuf lijkt geen chocola te kunnen maken van haar steenkolen-Engels, dus wappert ze met een Rabopasje en roept heel hard "PINNUH!"

Ik moet een ontzettende lachbui onderdrukken en ik kijk nu al weer uit naar de safari van morgen!

à la prochaine!


donderdag 30 maart 2017

Ik zie hem nog zitten. 4 jaar, blonde krullen, een dikke traanrand in zijn oogjes. Ik heb hem zojuist verteld waar zijn stukje vlees van gemaakt is. Hij vroeg er zelf om hoor! En ik ga dan ook niet liegen of er een mooi Disney verhaal van maken. Een stukje vlees komt van de koe! “Maken ze die koe dan dood?” wilde hij weten. Ik knikte en daar werd hij even heel verdrietig om. “Dan wil ik nooit meer vlees!” riep hij boos. Nu hebben heel veel kinderen zo’n momentje, maar Sem hield die belofte. En dat vond ik mooi! Dat hij zo jong al zo stellig een keuze maakt en daar helemaal achter staat. Daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Vanaf die dag heeft hij geen vlees meer aangeraakt en werd er ineens ook heel anders gekookt, want een vegetariër heeft andere behoeften. En als je dan zo wat leest en je wat meer gaat verdiepen, dan kom je er achter dat het eigenlijk helemaal niet zo slecht is om geen vlees te eten. Integendeel zelfs. Wij zijn allemaal mee gaan doen met Sem en dat ging ons beter af dan ik verwacht had. Heel af en toe een stukje vlees vind ik nog steeds wel lekker hoor, maar die zijn per jaar op één hand te tellen. 

We zijn inmiddels 8 jaar verder. Een grote vent van 12 is hij nu. Een puber. Zich druk makend om van alles en nog wat, bezig met zijn uiterlijk en reputatie, veel waarde hechtend aan de mogelijke mening van anderen. Maar nog steeds is hij hier niet van af te brengen, wat een ander er ook van vindt of denkt.  Sem is een vegetariër en is daar trots op! Hij is eigenlijk alleen nog maar stelliger. Zelfs geen snoep, “want daar zit varkensgelatine in!” Nog steeds kan hij zich woest maken als er, zoals onlangs weer eens, een slachthuis schandaal in het nieuws is. Daar heeft hij het dan weer even heel moeilijk mee. “Waarom doen mensen dat bij dieren? Ik snap niet hoe je dat kunt doen en ’s nachts lekker kunt slapen?” geeft hij gefrustreerd aan.  Ik kan niet anders dan hem gelijk geven. “Maar… “ vertel ik hem dan. “er zijn mensen die wegkijken en hun kop in het zand steken” “En er zijn mensen zoals jij, die hun gedachten omzetten in daden”. “En juist die mensen maken het verschil in de wereld!”.

Daar moest ik vandaag aan denken toen ik op mijn fiets een stilstaande veewagen passeerde. Over mijn kop in het zand steken, want kijken wilde ik eigenlijk niet. Maar toch deed ik het. Het was een vrachtwagen volgeladen met koeien. Hoeven die schraapten over de houten bodem, hier en daar gesnuif, een dikke natte neus die door een luchtgat naar buiten piepte. Heel even keek ik in een paar koeienogen. Keek ik recht in de ziel van een prachtig lief dier dat misschien nog een uur te leven had.

Sem wat ben je een mooi wijs mens en wat ben ik ontzettend trots op je…

  

donderdag 9 februari 2017

Heb je hem weer geschopt?!” wil ze boos weten. Handjes in haar zij, blik op onweer.“Nou ja!” roep ik beledigd uit. “Natuurlijk niet!

Ze is niet overtuigd en blijft me argwanend aankijken. “Laatst deed je dat ook hoor!
Helemaal niet! Dat was een zetje.” Breng ik ter verdediging in. "alsof jij altijd zo lief voor hem bent!?" (lees: hier en hier)

Sinds mijn dochter gezien heeft dat ik onze dikke rooie kat een handje hielp met zijn besluit om nou wel of niet naar buiten te gaan, word ik beschouwd als een enorme dierenbeul. Daar baal ik best van, want als iemand een kattengek is dan ben ik het wel. Maar goed, als het 6°C onder nul is en binnen lekker behaaglijk, dan ga je toch echt geen tien minuten met de achterdeur open staan wachten tot die dikke voldoende moed heeft verzameld om even snel bij de buren in de tuin te gaan poepen? Nee, dan geef je hem een voorzichtig wipje om hem iets aan te sporen. Een ‘binnenkantje rechts’ zeg maar. Maar volgens Ava kan dat echt niet. Nu komt ze iedere keer aangesneld als Rakker voor de achterdeur staat te piepen, alleen maar om te kijken of ik hem wel netjes in de gelegenheid stel om zijn ‘ding’ te doen. Dat ‘ding’ houdt in dat hij eerst lekker op de drempel gaat zitten om een beetje de winterlucht op te snuiven. Aan de manier waarop zijn oortjes naar achteren bewegen zie ik dat hij nog enige twijfel heeft. Dan gaat hij staan en dan…  nee, hij gaat toch weer zitten. Ik slaak een diepe zucht en zie hoe mijn adem wolkjes vormt. Rakker kijkt op en miauwt een keer naar me alsof hij het nog steeds niet weet. Hij doet het er om! Ik krijg koude voeten en ik hoor de thermostaat klikgeluiden maken. Eén van die koude voeten gaat voorzichtig in de richting van een dikke kattenbips.

Euhhh!” een strenge vermaning en een boze blik. 
Ik lach heel innemend naar Ava en verwens in gedachten die dikke, die nu met zijn oogjes op een kiertje naar me opkijkt. Ik weet dat katten niet kunnen lachen, maar toch…


donderdag 3 november 2016

Met veel geweld wordt er opeens een boek door de kamer geslingerd. In de vlugheid zie ik dat het hier om een paardendagboek gaat. Ava is boos. Met haar armpjes over elkaar begint ze meteen te briesen. “Dat slaat toch helemaal nergens op pap!” “Dan moet je invullen wie je lievelingspaard is en dan moet je er ook neerzetten wanneer die geslacht wordt!” Ze rolt verontwaardigd met haar ogen. “En dat is dan een dagboek voor kinderen!!

Dat is inderdaad wel bijzonder. Als ik het boek van de grond raap en begin te bladeren zie ik al gauw waar de verwarring vandaan komt en met een heel grote grijns reik ik haar het dagboekje aan. Met een opgetrokken wenkbrauw bekijkt ze met enig wantrouwen mijn hand en doet alsof ik haar iets ontzettend smerigs aanbied.

Ik leg haar uit dat met geslacht in dit geval wordt gevraagd of je lievelingspaard een jongetje of een meisje is. Sem begint keihard te lachen. Met een boze blik grist ze het boekje uit mijn vingers.

Je bedoelt een hengst of een merrie pap!” 


StatCounter

Follow me on Twitter!