zaterdag 2 november 2019


Vriendjes en vriendinnetjes mogen altijd bij ons blijven eten. Er is echter één regel. Je eet wat wij eten! Ik ga geen tosti maken omdat je iets niet lust, dan heb je gewoon pech. Met die instelling hebben wij onze kinderen ook opgevoed, met als resultaat dat we nu in elk deel van de wereld zonder gezeur in een restaurant kunnen gaan zitten. Deze regel leverde in het verleden nog wel eens grappige tafelmomenten op, maar inmiddels is het kaf van het koren gescheiden en weet de vaste vriendenkring wel wat ze kunnen verwachten. In elk geval weinig Hollandse kost. 

Vandaag speelt Lenthe met Ava. Nadat ik de dames wat hoor smoezen, komen ze samen de keuken in gewandeld, waar ik driftig op wat groente sta te hakken. “Pap, mag Lenthe blijven eten?” Lenthe, van het type ‘wat de boer niet kent’, is nogal kieskeurig en lust niet alles, maar is al over menige grens gegaan terwijl ze bij ons aan tafel zat. Soms met veel smaak een maaltijd etend, maar ook wel eens met lange tanden. Maar ze probeert het altijd en daar heb ik respect voor.

Lenthe mag natuurlijk ook vandaag blijven eten, maar strekt wel haar nek even uit om te zien wat de pot schaft. Ze herkent veel dingen niet, maar wel de sperzieboontjes, knoflook en uitjes. Een gekookt eitje gaat er ook nog wel in. Als ik haar vertel dat we Soto Ajam soep eten zie ik grote vraagtekens in haar ogen. Ava stelt haar gerust door te vertellen dat deze soep heel lekker is, maar wel een beetje pittig. En dat kun je prima oplossen met een slokje water bij het eten.

Aan tafel heeft Lenthe na een paar happen soep al hoogrode wangen en een opvallend glimmend voorhoofd. Ze neemt kleine hapjes en na iedere hap een slok water. Aan alles is te merken dat ze het veel te pittig vindt, maar ze houdt zich groot en blijft toch door eten. Op karakter zeggen we bij defensie. Als ik vraag of ze niet liever een cup-a-soupje tomaat wil zie ik opluchting in haar ogen. In Ava’s ogen zie ik wat verbazing.

Ach, Sommige regels kun je een beetje buigen zonder ze te breken toch?

zondag 22 september 2019

Onderweg naar een hockeywedstrijd in Zwolle luister ik een beetje naar de muziek en krijg ik flarden mee van het gesprek tussen Sem en maatje Tijn. Over de wedstrijd die ze met te weinig mensen moeten gaan spelen en over het feestje waar ze de avond daarvoor samen waren. Ze praten enthousiast en ik word soms in het gesprek betrokken. Dan zegt Sem wat dingen die ik niet helemaal begrijp. Als ik mijn wenkbrauw optrek in de spiegel, moet hij lachen. “Dat is straattaal pap!”

Straattaal… Ik krijg flashbacks uit the Fresh Prince of Bell Air. Dat is al weer even geleden. En Waynes World. Ook alweer uit 1992. Daar kwam onze straattaal vandaan. Uit films. Geboren en getogen op de straten van Southside Apeldoorn pikte je wel eens wat Turkse woordjes mee, of wat Bargoens van de woonwagen- of kermisjongens, maar daar bleef het ook bij. Het Algemeen Cool Nederlands van tegenwoordig beheers ik niet echt en dat maakt dat ik me een klein beetje oud voel.

Sem heeft dat uiteraard door een plaagt me door met nog meer van dat soort Suri-Antiliaanse woorden te smijten. Hij lacht en houdt zijn vingers in vreemd krampachtige posities terwijl hij met een accentje die woorden blijft uitspreken. Maatje Tijn grinnikt mee.

De situatie irriteert me nu. Keurige blonde hockeyboy die ineens gaat praten als een bontkraagje om zijn vader voor paal te zetten.  Na weer een opmerking sla ik snoeihard terug.

Ik fake zijn straataccentje en vraag wat hij nou stoer doet met z’n straattaal. Sem lacht en sputtert nog wat tegen met een zelfde accentje, maar ik dender door.“Straat? Gast, je komt uit Apeldoorn… Niet uit de Bijlmer!” “Kijk jou zitten met je hockeykleren en je blonde haren!” Neppe Gangster!” “Straattaal tsssss… op welke straat heb jij deze geleerd dan? Het schoolplein van het Lyceum?” “De enige straat die jij ooit ziet is die op je telefoonscherm als je in de hoek van de bank hangt”. "Beetje straattaal van Youtube afkijken... tssss".

Tijn heeft lol.
Sem haat me nu.





zondag 7 april 2019


Als het bijna 22:00 uur is vind ik het wel genoeg geweest. Ik was een uur geleden eigenlijk al klaar met dat gehang van die lange puber in de hoek van de bank, maar goed, hij is al 14 hè. In de ene hand een afstandsbediening, in de andere een mobiele telefoon. Gezellige gesprekken worden er niet gevoerd. Alles in zijn wereld speelt zich op dit moment af op twee schermen. Hoort er bij zeggen ze.


Als ik hem mededeel dat hij zo z’n tanden mag gaan poetsen, begint hij meteen te protesteren, compleet met diepe zuchten en rollende ogen. Ik geef hem mijn strenge blik en trek een wenkbrauw op.  Hij kijkt nu smekend en waagt nog één poging. “Jamaar pap, de klok is een uur vooruit gegaan!” “Dus eigenlijk is het pas 21:00 uur!” Hij doet z’n armen over elkaar en geeft me een ondeugende grijns.

Ik schenk hem exact de zelfde grijns. “Ohw, in dat geval gaat de wekker morgen dus ook een uur eerder!”.  Zijn gezicht betrekt een beetje. “Dan heb je die slaap keihard nodig, dus dan zou ik maar gauw gaan slapen!” “Welterusten Sem!”

#Payback  #Nietvoorééngattevangen.  #Puberlife



dinsdag 12 maart 2019


Ze zijn al hartsvriendinnen vanaf de allereerste dag in groep 1. “Pap! Dit is Anna!” Ik hoor het haar zo weer zeggen. Twee piepkleine hummels, hand in hand. Duo Penotti, zeggen we altijd voor de grap. Ava met haar donkere haar en ditto oogjes, Anna hoogblond met blauwe kijkers.  Elke dag zien ze elkaar op school, maar het liefst zien ze elkaar na school ook nog elke dag en ze vervelen zich nooit. Ook vandaag is Anna er weer. Ze zijn de hele middag buiten geweest, maar komen dan ineens naar binnen om een tekening te maken. Met rooie wangetjes zitten ze, met hun jas nog aan, driftig te kleuren en zachtjes te smoezen. Als ik een wenkbrauw optrek beginnen ze te lachen. “Niet zeggen hoor An!”  Als ik langsloop zie ik twee mooie tekeningen. Bovenaan beide kunstwerken staat het woord SORRY gekrast. Ik begin ook te grijnzen. “Wie hebben jullie dan boos gemaakt?” wil ik met een lach weten. Ava kijkt ondeugend, Anna een beetje schuldbewust.

“Ok pap, niet boos worden, maar we hebben belletje geleld!”  
Aan mijn gezicht ziet ze al dat ze daar mee wegkomen en samen moeten we even lachen.  Ik vertel dat ik dit vroeger ook wel heel grappig vond en dát vinden ze mooi hoor! “Maar voor wie is die tekening dan?” vraag ik nu wel heel nieuwsgierig. Beide gezichtjes betrekken een beetje.

Nou we zagen een heeeel oud opaatje de deur open doen en dat vonden we zielig!” Ik kan zien dat ze er oprecht spijt van hebben. “Anna vond het vooral zielig omdat hij zo langzaam naar de deur liep.” Anna knikt instemmend. Ik vertel de meiden dat ik dat heel lief van ze vind en dat deze meneer misschien best nog wel kan lachen om dat grapje als hij die mooie tekeningen ziet. Dat lucht iets op. Al gauw zie ik Duo Penotti weer weghuppelen met hun tekeningen.

Niet veel later doe ik de deur open omdat er wordt aangebeld. Natuurlijk staat daar niemand…

Follow me on Twitter!