zaterdag 8 november 2014

Ontzettend woest kijkt ze me al een tijdje aan. Donkerbruine ogen blikken zonder te knipperen in andere donkerbruine ogen. Op haar bordje ligt een klein hoopje heerlijke, met veel liefde bereide spaghetti aioli steenkoud te worden. Ze vindt het allemaal hartstikke lekker hoor, maar Ava eet al chronisch traag en op dit moment is het ook een combinatie van tijdrekken en een beetje willen klieren. Ava zit duidelijk in de kleuterfase van het niet willen eten. Been there, done that. Kom maar op! ;)

Sem wiebelt ondertussen ongeduldig op zijn stoel. Een leeg bord al een tijdje voor zijn neus, een toetje achter de kiezen en nu wil hij graag nog even TV kijken. Ava geniet zichtbaar van de machtspositie die ze nu heeft, want door haar gedrag moet haar grote broer ook langer aan tafel zitten. Dat is ook te merken aan de blikken die uitgewisseld worden. De één geïrriteerd, de ander met een schittering van leedvermaak. “Ga maar lekker TV kijken hoor Semmie.” geef ik aan. Sem werpt snel een triomfantelijke blik op zijn zusje en sprint naar afstandsbediening. Ava prikt wat in haar eten en draait op haar stoel, maar eten weigert ze.

Dan is mijn geduld op. Ik wijs naar haar bordje en stel een ultimatum. Nu dooreten, of geen gevecht met papa én geen voorleesboekje, want daar hebben we dan geen tijd meer voor. Ava heeft duidelijk lak aan deze dreigementen, dus meteen ben ik stom en flauw. Er volgen een hoop zuchten, gebaren en boze blikken. Het gevoel voor drama heeft ze duidelijk bij haar grote broer afgekeken. Van alle papa’s ben ik de aller aller stomste, is op dit moment haar mening en stoïcijns doet ze haar armpjes over elkaar. Als ik aanstalten maak om haar bordje weg te pakken, neemt ze gauw een grote hap en kauwt woest kijkend op haar koude pasta en een blaadje sla. Mijn inwendige ikke doet een overwinningsdansje, maar houdt daar mee op als ze demonstratief haar vork neerlegt en me wederom uitdagend aankijkt.

Hoofdschuddend vertel ik dat ze me soms doet denken aan een heel lief meisje dat ik vroeger kende. Een meisje dat ik soms nog wel eens mis. “Ik vraag me vaak af waar ze nu is…” laat ik me ontvallen en ik kijk alsof het me echt wat doet. Ava’s woede maakt plaats voor interesse. “Wat is er met dat meisje gebeurd dan?” vraagt ze met een verwachtingsvolle blik.

Ik doe alsof ik mijn verhaal wil beginnen en wijs een keer naar haar bordje. Vlug neemt ze een grote hap en begint te kauwen. Dan vertel ik over het meisje dat vroeger bij ons in huis woonde. “Een heel lief en beleefd meisje, dat net zulke mooie bruine ogen had als jij.” Dat hoort ze graag en daar is een voorzichtig lachje. “Maar… bij ons in de buurt woonde vroeger ook een heel gemene heks.” Dat laatste woord spreek ik bewust wat harder uit en dat heeft het juiste effect. Ze vindt het heel spannend en snakt naar meer. Ik wijs weer naar haar bordje en daar is het volgende hapje. Als ik aangeef dat die heks ook een klein meisje had, ook met bruine oogjes, maar dan heeeel vals en gemeen, hangt ze aan mijn lippen. “En wat deed die dan?” wil ze met grote ogen weten. Het volgende hapje is een feit. Ik vertel haar dat dit kleine meisje soms een grote mond had, heel veel troep maakte en haar eten nooit op wilde eten.  Ze is het met me eens dat dit niet zo netjes is van dat meisje en ze lacht ondeugend.

Als ik vervolgens aangeef dat mama en ik al een tijdje het vermoeden hebben dat die valse heks dat lieve kleine meisje ’s nachts bij ons uit het bedje heeft gehaald en dat stoute meisje er voor in de plaats heeft gelegd, begint er bij Ava een klein lampje te branden. “Niet! Dat kan helemaal niet!” Achterdochtig kijkt ze me aan. Ik kan mijn lachen niet inhouden. Dat heeft het verkeerde effect en de vork gaat weer op tafel. Toch is ze wat milder gestemd heb ik het idee, want ze protesteert maar een klein beetje als ik ga afruimen en de vaatwasser ga inpakken. Ava eet ondertussen mokkend en tergend langzaam haar bordje verder leeg. Maar ze eet tenminste!

Als ik haar later instop en een dikke knuffel geef voor het slapen gaan, geeft ze aan dat ik toch wel een heel lieve papa ben en vraagt tussen neus en lippen door of we heeeeel misschien niet tóch een boekje gaan lezen. Ik weiger (met veel moeite) en geef aan dat ze morgen weer een kans krijgt.  In plaats van weer boos te worden wil ze graag weten of er echt heksen zijn die kindjes uit bedjes halen.

Alleen kindjes die niet goed eten.” antwoord ik met een gemene grijns.

Slaap lekker! 


maandag 3 november 2014

Sem is geïrriteerd. Dat zie ik meteen. Hij roert wat in zijn eten, maar heeft nog geen hap genomen. Er zit hem duidelijk iets dwars. Hij ziet dat ik naar hem kijk, dus ik vraag hoe zijn dag was. ‘Eindelijk iemand die het opmerkt!’ ‘Eindelijk iemand die mijn verhaal wil horen!’ lijkt zijn opgeluchte blik te zeggen en meteen stort hij zijn ongenoegen uit.

“Dan heb ik twee jaar toneelles gehad pap!” “Twee jaar!” “Dat heb ik nog tegen de juf gezegd!” …

Ik vermoed dat dit over het toneelstukje voor de maandsluiting op school gaat, maar ik zeg niets en laat hem zijn verhaal doen.

… “En dan gaat de juf de rollen verdelen, en weet je welke rol Teddie en ik krijgen?!” Ik buig vol spanning naar voren. “EEN ZEEMEERMIN!!” Hij zucht theatraal en rolt met zijn ogen. “En we mogen niet eens wat zeggen, alleen maar één keer zwaaien! MEER NIET!”  Hij gooit wanhopig zijn handen in de lucht. “Iedereen in de klas moest lachen pap!

Ik probeer een ontzettende lachbui te onderdrukken. Mijn vrouw kijkt ook maar even de andere kant op. Ik zie in gedachten mijn stoere zoon met een geschubde staart, lief wuivend voor me. Mijn inwendige ikke rolt hikkend over de grond, maar toch geef ik heel serieus aan dat ik me heel goed voor kan stellen dat hij dit nogal suf vindt en hier stevig van baalt. Ik heb best met hem te doen. Dat lucht op en daar is dan de eerste hap eten. Driftig kauwend moppert hij met volle mond verder en vertelt wie er allemaal wel een leuke rol heeft gekregen.

Ik probeer hem nog wijs te maken dat volgens de legenden zeemeermensen van uitzonderlijke schoonheid waren en dat de juf misschien daarom wel heel selectief is geweest. Dat helpt niet echt. Hij ziet mijn samengeknepen ogen, en mijn mondhoek lichtjes trillen, en moet dan zelf ook maar voorzichtig iets lachen.

Als ik hem vraag of hij nog een mooie rooie pruik nodig heeft kijkt hij licht verontwaardigd. “Ik ben een zeemeerman hoor pap! Een MAN!” Hij zet een brede borstkas op. “Die zijn toch wel stoer?” vraag ik plagend en weinig retorisch. Sem trekt zijn wenkbrauw op, doet zijn armen over elkaar en is het overduidelijk niet met me eens. Snap ik helemaal! Ik zie het al voor me, later op de reünie van de basisschool.. "zeg was jij niet die zeemeerman in groep 6?"

Zijn reputatie is 'naar de haaien' en ligt letterlijk en figuurlijk op de bodem van de zee... :þ 









Follow me on Twitter!