zondag 12 april 2015


Als ik op de computer zie dat het vandaag 12 april is, zeg ik hardop dat mijn vader vandaag 64 zou zijn geworden als hij nog had geleefd. Sem kijkt me meteen meelevend aan, hij vindt het erg lastig om daar mee om te gaan weet ik. Ava niet. Ze weet dat mijn vader ligt begraven en ze vraagt blij of we straks nog even naar het kerkhof gaan, want dan wil ze mee. Nu heb ik zelf helemaal niets met begraafplaatsen. Ik heb mijn eigen zienswijze op de dood en op wat daarna komt. Ik ben er dan ook al heel lang niet geweest omdat ik daar persoonlijk vrij weinig troost of herinneringen vind. Maar goed, het is enorm lekker weer én de begraafplaats ligt midden in een mooi bos, dus ik geef Ava haar zin. Ze maakt een sprongetje van blijdschap en ze vraagt of haar ‘Nijn’ ook mee mag.
Sem weigert meteen. “Ik word altijd heel verdrietig van begraafplaatsen pap!” zegt hij met een zacht stemmetje. Ik vertel hem dat dat helemaal niets geeft en dat hij vooral niets moet doen waar hij niet blij van wordt.
Als we op het punt staan om weg te gaan, loop ik nog even naar boven om door te geven dat we eventjes weg zijn. Ava heeft een blauwe vlinderzonnebril op en een knuffelkonijn in haar armen en wacht ongeduldig. Sem is net onder de douche geweest en ik zie meteen dat hij erg verdrietig is. Als ik hem aankijk schokken zijn schoudertjes en begint hij te snikken. Hij laat me weten dat hij het zo zielig voor me vindt dat ik geen papa meer heb. Sem is altijd al gevoelig en een diepe denker geweest en op dit soort momenten wordt hem dat denken dan net even te veel. Ik haal mijn hand door zijn fris gewassen haren en zeg dat ik snap dat hem dat verdrietig maakt. Ik probeer hem iets gerust te stellen en zeg dat ik het lief vind dat hij zo meeleeft, maar dat het nu 21 jaar geleden is en dat papa dat echt al een plekje heeft gegeven. Dat helpt niet echt volgens mij.
Op de begraafplaats rent Ava telkens even vooruit. Eén brok uitbundige vrolijkheid en energie. Een heerlijk zonnetje schijnt op ons neer en als we de eerste grafstenen passeren komt ze naast me lopen en pakt ze mijn hand. Natuurlijk weet ze al lang wat er gebeurt als je dood gaat, maar toch vraagt ze of er echt dode mensen onder die stenen liggen. Ze wil van alles weten. Hoe je nou onder de grond gaat en wat er dan met je lichaam gebeurt. Wie al die mooie stenen maakt en waarom mensen bloemetjes neerleggen bij mensen die toch al dood zijn en er dus niets aan hebben. "Dat is toch zonde?!" zegt ze terwijl ze een wenkbrauw optrekt. Ik geef overal zo eerlijk mogelijk antwoord op, of vertel hoe ik denk dat het zit en ze hoort het allemaal geïnteresseerd aan en knikt wijs.
Als we uiteindelijk voor de steen van mijn vader staan ziet ze daar haar eigen achternaam. “Hey! Zo heet ik ook!” roept ze blij uit. Hand in hand staan we daar en terwijl Ava hardop leest wat er nog meer op de steen staat neem ik een kort moment voor mijzelf en breng ik in gedachten even een groet over. Dan vind ik het eigenlijk al weer goed en geef ik aan dat we weer verder gaan. 
Ava wil nog lang niet naar huis. Er is nog zoveel moois te zien. Als we samen terug lopen bekijken we de verschillende stenen. Overal wil ze weten wie er liggen en hoe oud ze waren. Bij de graven van kindertjes, met mooie vrolijke stenen en speelgoedjes, wordt ze net als ik toch even stil. Even heb ik sterk de behoefte om haar lekker vast te houden. Ze kijkt nog eens om als we verder lopen maar is al snel weer afgeleid en hervat haar vrolijke gehuppel. Als ze even later een steen ziet waarop staat dat er een lieve vader, broer en opa begraven ligt, zet ze grote ogen op en vraagt of die daar dan allemaal samen in liggen. Daar moet ik om lachen. Als ik haar uitleg waarom lacht ze vrolijk mee.
Samen lachen we om bijzondere namen die we tegenkomen en om een berg konijnenkeutels waar ik haar ‘Nijn’ de schuld van geef. Als we samen hand in hand vrolijk lachend naar de uitgang huppelen verbaas ik me over het verschil in reactie en zienswijze van onze kinderen. Yin en Yang. Er is altijd balans. Er is leven en er is dood, onlosmakelijk verbonden met elkaar. Ook is er verdriet en is er vrolijkheid.
Wie zegt dus dat je op een kerkhof niet gewoon ook vrolijk mag zijn… ‘tis al zo’n dooie boel. ;)
Follow me on Twitter!