maandag 19 november 2001

Toen
Ik schrik wakker, m’n hart klopt snel.
Geluiden van beneden. Harde muziek, lawaai, gelach, luide stemmen. Als ik de deur van mijn slaapkamer open doe dan hoor ik het nog beter. De geur van sigaretten en bier ruik ik boven aan de trap. Papa en mama hebben visite. Er zal wel weer veel gedronken worden. Ik ga naar mijn bed en probeer weer te gaan slapen, maar dat gaat maar moeilijk. Ik ben nerveus.

Weer schrik ik wakker.
Geluiden van beneden. Geschreeuw. Ik hoor glas vallen. Er worden meer dingen kapot gegooid.
M’n zusje in de kamer ernaast hoort het ook en begint zachtjes te huilen.
Ze is bang. Ik ben ook bang. Zal ik naar haar toe gaan? Ik ben wel haar grote broer.
Samen met m’n zusje zit ik even later op mijn bed. Een arm om haar heen. Papa en mama schelden.
Mama roept dat papa waardeloos is, en te weinig verdient. Mama is dronken. Papa ook.

Weer valt er iets kapot. Mama gilt en roept “auw!” Ik weet niet wat ik moet doen?
M’n zusje moet onder het bed gaan liggen en zachtjes loop ik de trap af. Aan de kapstok hangt de ijzeren ketting waar we de hond mee uitlaten en die pak ik. Weer valt er iets kapot en weer roept mama “auw! “ Mijn hart klopt nu heel snel.
Ik doe de deur open en zie mama op haar rug op de grond liggen. Overal liggen kapotte spullen. Papa zit boven op mama en slaat mama met zijn vuisten op haar hoofd. Ik ben bang, maar mama heeft pijn. Ik sta achter papa en sla heel hard met de hondenriem achter op zijn hoofd. Ik huil, en schreeuw dat hij op moet houden, en sla nog eens. Papa valt om. Hij heeft zijn ogen dicht. In zijn haar zit bloed. Ik schrik heel erg en laat de riem vallen. Mama staat op. Mama heeft een bloedlip. Mama zegt dat ik het goed gedaan heb en dat papa gemeen is.

Maar ik voel me toch slecht. Papa deed wel gemeen. Papa sloeg mama en dat mag niet. Maar die zelfde papa staat ook altijd extra vroeg op om mijn brood klaar te maken. Zet een kopje thee voor me klaar met een biscuitje met roomboter voordat hij naar zijn werk gaat. Timmert een mooie boomhut en zelfs een vrachtauto met een stuur dat echt kan draaien. Papa is niet altijd gemeen. En Mama zei toch ook allemaal gemene dingen tegen papa. Ik snap het niet goed meer. Ik ben bang dat ik iets heel ergs gedaan heb.

De deurbel gaat. Mama loopt naar buiten. Buiten staan allemaal mensen. De politie is er ook. Een lange agent met een dikke snor. Hij kijkt boos. Ik hoor de politieagent zeggen: “is het weer zover” Ik loop naar boven. Mijn zusje ligt nog steeds onder het bed. Ik neem haar mee naar beneden. We mogen bij de buurvrouw slapen. Papa is gelukkig weer wakker en praat met de politie. Hij kijkt me boos aan. Een witte handdoek met rode vlekken houdt hij tegen zijn hoofd. Ik ben misselijk en ik heb buikpijn.

Slecht geslapen?!” vraagt de meester.
Ik schrik op en zeg: “Nee hoor!” De kinderen in de klas lachen hard.

"Vanmiddag bij jou spelen??" vraagt een vriendje.
"Neah.. doe maar niet. M'n moeder is ziek." verzin ik snel.

Ik ben 11 jaar.


Later
Een collega wenkt me... "telefoon voor je!" Ik pak de telefoon en hoor mijn moeder zeggen dat ik moet komen. Ze zegt: “Die ouwe is dood.” Dat bericht laat ik even op me inwerken. Ik schrik, maar toch ook weer niet. Ik spring in de auto en rij in het donker naar het huis van mijn vader. Onderweg denk ik aan mijn vader. Mijn vader de alcoholist. Ik vraag me af waarom ik niet huil. Waarom ik geen verdriet kan voelen. Geen woede, geen onbegrip, niks. Ergens wist ik al dat deze dag zou komen.  Maar nu al?

Ik sta even later op de drempel en kijk in zijn slaapkamer. Mijn vader zit rechtop in zijn bed. In zijn verstijfde hand houdt hij een halfvolle fles bier. Zijn huid is geel en zijn ogen staan open en staren leeg en glazig naar de muur. Mijn grote brede vader met zijn zwarte krullen, nu een grijze, magere, ziekelijke man. Een hartstilstand, constateert de dokter. Ik weet wel beter. Mijn vader was pas 42 jaar.

Ik ben 18 jaar.



Nu
De muziek staat hard. Gelach, luide stemmen. De geur van bier en sigaretten. 
Een vriend stoot me aan en brabbelt wat. Een drankwalm vult mijn neusgaten. Ik kijk naar zijn ogen. Hij is dronken. Hij pakt een meisje dat langsloopt bij haar arm en maakt met zijn lippen kusbewegingen. Het meisje trekt haar arm los en roept boos iets. Ze kijkt ons allemaal boos aan en zegt nog iets en loopt weg. De anderen lachen smakelijk, zij vinden dit erg grappig! Ergens valt een glas. Ik voel dat mijn hartslag omhoog gaat. Ik voel me nerveus en niet op mijn gemak. Ik vind het niet gezellig meer en eigenlijk wil ik alleen maar naar huis. Waarom ben ik eigenlijk mee gegaan, vraag ik me constant af.

Een ander roept: “Biertje?!
Ik houd hem mijn halve glas Spa voor en zeg: “voor mij niet” Hij lacht en zegt: “Watje!
Ik glimlach een keer, neem een slok van mijn watertje en denk, ik weet wel beter...

Ik ben 25 jaar… en ik drink niet!!

0 reacties:

Een reactie posten

Follow me on Twitter!