donderdag 20 december 2012

De zoemer gaat en vrijwel meteen stroomt het plein vol met een uitbundige menigte. Daar sta ik dan. Grote kale man met oranje vestje met daarop het schoollogo. De kinderen herkennen in mij meteen de pleinwacht. Het gezaghebbende voorkomen wordt ietwat tenietgedaan door een klein meisje dat op mijn nek zit en met grote bruine ogen het veel te drukke schoolplein overziet. Over een klein half jaartje loopt ook zij hier rond flitst er even door me heen.


Meteen word ik aangesproken door Emma. Emma heeft overduidelijk chocoladepasta op haar brood gehad. “Ik mag van hun niet op het klimrek!” Mijn blik gaat van Emma naar ‘hun’ en nog voor dat ik kan voorstellen dat ze best om de beurt een koprol kunnen maken, zie ik de dames al opschikken om ook Emma er tussen te laten. Dat ging gemakkelijk.

Dan word ik opgehaald door Indy. “Kom snel! Britt is gevallen!” Een korte sprint naar het klimrek en ik zie Britt met een verbeten mondje wat tranen wegknipperen. Broek vies.. maar het gaat al weer. Amper 5 minuten verder is het Indy die nu gevallen is. Als ik ter plaatse kom, rent ze al weer vrolijk rond.

Sem! Je vader!” hoor ik iemand roepen. Een blonde lange lummel met een mooie nieuwe broek, die vanmorgen nog schoon was, roept even “hoi pap!” en rent meteen verder achter zijn vriendinnetje aan.
De “Hij doet dit, zij plaagt mij, hij is gevallen, mag ik een pleister” momenten volgen elkaar in een ras tempo op. Aan alles is te merken dat de kids toe zijn aan twee weekjes vakantie.

Dan roept Melissa me.. “Semsevader! Kom snel! Simone is overstuur om haar opa. Die is dood!
Simone, die net nog vrolijk speelde dat ze een paard was, staat nu dikke tranen te huilen tegen een muurtje. Om haar heen staan een aantal anderen die pogingen ondernemen haar te troosten. Ik haal Ava even van mijn nek, hurk neer voor Simone en vraag haar waarom ze zo verdrietig is.

ik ben verdrietig om Opa...” is het antwoord.
Ik leg even mijn hand op haar hoofd en zeg dat ze daar dan best verdrietig om mag zijn, want dat is niet leuk. Ze haalt een handje langs een snotneus en knikt. Ik vraag voorzichtig naar haar opa en wat er precies gebeurd is. Ik zie haar nadenken en dan antwoordt ze dat het iets met zijn keel en een bult was, maar dat wist ze niet meer zeker want dat was al weer zes jaar geleden. Ik geef aan dat ik snap dat ze opa zelfs na zes jaar nog wel eens mist. Een donkerharig meisje geeft aan dat haar opa ook overleden is. De opa van een ander leeft ook al niet meer. 

Melissa’s opa leeft nog wel. “Die is al 65 en nog geeneens dood!
Dat is inderdaad wel bijzonder ja. ;)

Kom jongens.. we gaan nog even lekker spelen want de bel gaat zo en dan moeten jullie weer binnen hangen. “ geef ik even later aan. Ava klautert weer op mijn nek en Simone en Melissa galopperen al weer lachend voorbij.


Even later gaat de zoemer. Mijn oranje hesje gaat aan de kapstok en Ava en papa gaan doen wat ze elke donderdag doen… 

Lekker lunchen in het Koffiehuys.

zondag 28 oktober 2012

Nerveus word ik wakker… midden in de nacht is het. Ken je dat gevoel? Het gevoel dat iemand naar je kijkt. Precies dat gevoel heeft er nu voor gezorgd dat ik wakker werd. 

Ik heb het nog niet gezien, maar ik weet dat het er is. Ik voel het. Het is daar en het kijkt naar me. Naast me hoor ik het rustige ademhalen van mijn slapende vrouw. In mijn hoofd maak ik een schatting hoeveel tijd het me gaat kosten om aan de andere kant van het bed te komen. Maar tegen al mijn oerdriften in beheers ik me en weet ik mijn ademhaling rustig te houden. Voorzichtig open ik mijn ogen een klein beetje, turend door mijn wimpers in de donkere slaapkamer. Daar in de hoek zit het. Door een spleet naast het rolgordijn weerkaatst een weinig aan maanlicht in twee goudgele ogen.
Loerend, wachtend…

Dit wordt een proef. Een wedstrijd in wie het meeste geduld heeft. Elke vezel in mijn lichaam schreeuwt: “vluchten of vechten!” Mijn verstand zegt: “Blijf!”
Mijn vrouw verschuift een arm. Gouden ogen flitsen in de richting van het geluid. Ik houd me gereed om in actie te komen. Niets gebeurt er…

Dan opeens zie ik langzaam de schimmige gedaante in de richting van de slaapkamerdeur gaan en vervolgens de gang in verdwijnen. Geruisloos stap ik naast mijn bed. Mijn vrouw slaapt nog steeds. Sluipend langs de muur verplaats ik me naar de andere kant van het bed. Zachtjes doe ik de deur dicht en denk..

Rotkat!


vrijdag 17 februari 2012

Op een koude ochtend in januari posteerde een jonge man zich in de hal van een metrostation in Washington en begon daar op zijn viool te spelen. In de 45 minuten dat hij er stond, kregen de voorbijgangers zes prachtige stukken van Bach te horen. Omdat het spitsuur was, kwam er in dat kleine uur een duizendtal mensen voorbij; de meesten waren op weg naar hun werk. Tijdens de eerste drie minuten viel het een heer op leeftijd op dat er iemand muziek stond te maken. Hij hield de pas in, keek even en liep verder. Meteen daarna ontving de violist zijn eerste geld, een biljet van een dollar, van een vrouw, die niet eens stopte om te horen wat hij speelde. Nog even later stond iemand vijf minuten tegen een zuil te leunen, hij keek vervolgens op zijn horloge en ging naar de treinen. 

Het eerste menselijke wezen met echte aandacht voor wat er gebeurde was een jongetje van drie. Zijn moeder had haast, maar het ventje wilde perse luisteren. Dat kwam niet van pas, hij werd meegetrokken, al bleef hij omkijken. 

Het zelfde overkwam andere kinderen en zonder uitzondering wilden de ouders dat hun kinderen doorliepen, soms na twee of drie min van geforceerd geduld. 

In de 45 minuten dat hij speelde, haalde de violist 32 dollar op en had hij 6 echte toeschouwers. Op het eind was er geen applaus, niemand die hem aanmoedigde om door te gaan. 

Eén échte luisteraar. 

Eén vrouw, de enige die echt was blijven staan om te luisteren, zei op een bepaald moment tegen hem dat ze hem eerder gezien had en dat ze veel bewondering voor zijn werk had. 


De violist was de wereldberoemde Joshua Bell en hij had twee dagen eerder voor een bomvol theater gestaan in Boston, met entreeprijzen vanaf honderd dollar. Zowel in het theater als in het metrostation speelde hij op een 300 jaar oude Stradivaris, een viool met een geschatte waarde van 3,5 miljoen dollar. De stukken die hij speelde, worden gezien als de moeilijkste van Bach voor dit instrument. 

Experiment 

Deze hele gebeurtenis werd gefilmd door de Washington post. Toen Bell door de journalist werd gevraagd hoe hij zich gevoeld had, verborg hij zijn teleurstelling niet; de mensen waren niet in staat de schoonheid te herkennen als ze zich niet in de geijkte situatie bevonden om kunst tot zich te nemen. 

Het idee van de Washington post was om een sociologisch experiment te doen met als hypothese dat wanneer mensen iets subliems meemaken ze daar geen enkele aandacht aan zullen besteden als hun prioriteiten op dat moment elders liggen; ze zijn op weg naar hun werk, zijn in gedachten verzonken, neigen tot generalisaties als muzikanten in de metro zijn stuk voor stuk gefrustreerde types die over geen greintje muzikaal talent beschikken. 

En nu wij? 

Zou ik gestopt zijn om naar Joshua Bell te luisteren? Geen idee.. Want ik denk dat ik net als iedereen geconditioneerd ben door de ceremonie waarmee kunst is omgeven zoals theaters, hoge prijzen en dat soort zaken. Maar het experiment liet wel een alarmbel rinkelen. 

Als we geen tijd hebben om naar een van de beste violisten ter wereld te luisteren, hoeveel andere prachtige dingen zullen we dan wel niet mislopen in dit leven? 



Follow me on Twitter!